ECLI:NL:PHR:2011:BQ8449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betalingen als impliciete erkenning van schuld in kredietovereenkomst en verjaring
De zaak betreft een doorlopende kredietovereenkomst uit 1979 tussen eiser en Spektrum Financieringen, waarbij een betalingsachterstand ontstond. Spektrum vorderde in 1994 via de kantonrechter een deel van de schuld en reserveerde zich het recht om het resterende bedrag later te vorderen. Eiser begon met termijnbetalingen voor het deel waarop hij was veroordeeld, maar bleef ook daarna betalingen doen die door Spektrum als aflossing van de gehele schuld werden gezien.
De kern van het geschil is of deze betalingen als een impliciete erkenning van de gehele schuld kunnen worden beschouwd, waardoor de verjaring van het resterende deel van de vordering wordt gestuit. Het hof oordeelde dat de betalingsregeling betrekking had op de hele schuld en dat de betalingen erkenning vormden, waardoor verjaring niet optrad.
De Hoge Raad stelde echter dat de omstandigheden van het geval bepalend zijn en dat de eiser zich op het standpunt stelde dat de betalingsregeling alleen betrekking had op het deel van de schuld waarvoor hij was veroordeeld. Omdat Spektrum pas in 2006 duidelijk maakte dat de betalingen ook betrekking hadden op het resterende deel, kon niet worden aangenomen dat de betalingen erkenning van dat deel vormden. Hierdoor was het resterende deel per 31 januari 2005 verjaard. Het arrest van het hof werd vernietigd en het vonnis van de rechtbank bekrachtigd.
Uitkomst: De vordering van Spektrum Financieringen voor het resterende deel is verjaard en het vonnis van de rechtbank wordt bekrachtigd.