1 De Wet van 9 december 2004 tot uitvoering van internationale regelgeving ter bestrijding van mensensmokkel en mensenhandel, Stb. 2004, 645. Naast het resultaat van een evaluatie van voorafgaande wetgeving werd hiermee uitvoering gegeven aan internationale verplichtingen die voortvloeiden uit Richtlijn nr. 2002/90/EG van de Raad van de Europese Unie van 28 november 2002 tot omschrijving van hulpverlening bij illegale binnenkomst, doortocht en verblijf (PbEG L 328/17), alsmede uit het Kaderbesluit van de Raad van de Europese Unie nr. 2002/946/JBZ van 28 november 2002 tot versterking van het strafrechtelijk kader voor de bestrijding van hulpverlening bij illegale binnenkomst, illegale doortocht en illegaal verblijf (PbEG L 328/1).
2 Na verval van de "humanitaire clausule" vernummerd tot het (huidige) tweede lid. Zie Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 11.
3 Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 7.
4 Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 8.
5 Kamerstukken II 2003/04, 29 291, nr. 3, p. 16.
6 Kamerstukken I 2004/05, 29 291, nr. C, p. 2.
7 LJN AL3537.
8 Zie HR 15 januari 2008, LJN BA8499, NJ 2008/62; HR 15 januari 2008, LJN BA8497; HR 19 januari 2010, LJN BJ3573, NJ 2010/280 m.nt. Schalken; HR 19 januari 2010, LJN BJ3574; HR 9 maart 2010, LJN BJ3230; HR 9 maart 2010, LJN BJ3247, NJ 2010/530 m.nt. Reijntjes.
9 Met verwijzing naar de conclusie van mijn ambtgenoot Vegter voor het reeds genoemde HR 9 maart 2010, LJN BJ3247, NJ 2010/530 m.nt. Reijntjes ontleen ik aan de Memorie van Toelichting de volgende passages over het bestanddeel "terwijl hij weet of ernstige redenen heeft te vermoeden" dat dat verblijf wederrechtelijk is: "De omschrijving vordert voor het overige niet altijd opzet: de behulpzaamheid zelf geschiedt uiteraard opzettelijk, maar dat opzet is niet vereist ten aanzien van het bestanddeel dat de overschrijidng van de buitengrenzen of het verblijf binnen die grenzen wederrechtelijk is. In dit opzicht kan ook culpa volstaan, hetgeen is aangegeven met de woorden dat <> bij de dader moeten hebben bestaan (..)." (Kamerstukken II 1991/92, 22 142, nr. 3, p. 11) en "Het bestanddeel is ten opzichte van de voorgestelde schuldvormen geheel gesubjectiveerd: de culpa of het strafbare opzet hebben rechtstreeks betrekking op de wederrechtelijkheid van het verblijf of de toegang." (Kamerstukken II 1991/92, 22 142, nr. 3, p. 12). In de Memorie van Antwoord wordt voorts nog opgemerkt: "Wij hadden er behoefte aan een uitdrukking te bezigen die pregnant doet uitkomen dat alleen grove schuld aanleiding tot strafrechtelijke aansprakelijkheid geeft. Daarom is het adjectief <> in de delictsomschrijving ingebracht." (Kamerstukken II 1991/92, 22 142, nr. 6, p. 21).
10 Voorwaardelijk opzet is vermoedelijk begrepen onder het 'weten' dat dat verblijf onrechtmatig is. Zie HR 9 maart 2010, LJN BJ3247, NJ 2010/530 m.nt. Reijntjes.
11 Bewijsmiddel 1 en 5. De mededeling van de verdachte: "Ik begrijp dat ik de fout ben ingegaan" acht ik niet bewijzend. Dat begrip is kennelijk pas achteraf gegroeid en zegt m.i. weinig tot niets over verdachtes gemoedstoestand ten tijde van het (voortdurende) delict.
12 Bewijsmiddel 1.