ECLI:NL:PHR:2011:BQ8629
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende bewijs ernstige reden vermoeden wederrechtelijk verblijf
De Hoge Raad heeft bij arrest van 8 november 2011 het arrest van het hof te 's-Gravenhage vernietigd. Het hof had verdachte veroordeeld wegens het uit winstbejag behulpzaam zijn bij het verschaffen van verblijf aan een persoon die wederrechtelijk in Nederland verbleef, terwijl verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof onvoldoende had gemotiveerd waarom het verblijf van de betrokkene in Nederland als wederrechtelijk moest worden aangemerkt, temeer daar stukken van de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) en andere bewijsstukken die door de verdediging waren ingebracht, niet adequaat waren betrokken in de bewijswaardering. Ook was onvoldoende onderbouwd dat verdachte ernstige redenen had te vermoeden dat het verblijf van betrokkene onrechtmatig was.
De Hoge Raad stelde vast dat het hof ten onrechte was uitgegaan van een beperkte bewijsconstructie en dat het begrip 'verblijven' in artikel 197a Sr juist was uitgelegd. De zaak werd vernietigd en verwezen naar het hof voor een nieuwe beoordeling van het hoger beroep op basis van de juiste bewijswaardering en motivering.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd en zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling wegens onvoldoende bewijs ernstige reden vermoeden wederrechtelijk verblijf.