ECLI:NL:PHR:2011:BQ8734
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek schuldsaneringsregeling wegens fraudeschuld Wet werk en bijstand
Verzoekster tot cassatie had een schuldenlast van €123.501,49, waaronder een schuld van €14.510,- aan de gemeente Groningen. Hiervan betrof €3.683,26 een fraudeschuld wegens onterecht ontvangen uitkeringen uit hoofde van de Wet werk en bijstand. Zij had niet gemeld dat zij in Kenia verbleef en liet haar dochter inlichtingenverklaringen namens haar indienen.
De rechtbank wees het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling af en het hof bekrachtigde dit oordeel. Het hof stelde dat iedere schuld die als fraudeschuld kan worden gekwalificeerd, ongeacht de omvang, een belemmering vormt voor toelating tot de regeling.
Verzoekster stelde dat het hof ten onrechte van een strafbaar feit was uitgegaan, terwijl het delict fraudeschuld niet in de strafwet voorkomt en geen strafrechtelijke procedure was gevolgd. De Hoge Raad oordeelde dat het hof met de term 'fraudeschuld' slechts bedoelde dat sprake was van het ontstaan van een schuld door het niet nakomen van de inlichtingenplicht, zonder dat het hof zich hoefde uit te spreken over strafbaarheid.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de afwijzing van het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen wegens het bestaan van een fraudeschuld.