ECLI:NL:PHR:2011:BR0395
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad oordeelt over redelijke termijn bij verstekveroordeling en betekening oproeping verdachte in Suriname
De zaak betreft een cassatieberoep tegen een arrest van het Gerechtshof Amsterdam waarbij de verdachte bij verstek is veroordeeld wegens medeplegen van valsheid in geschrift en opzetheling. De kern van het geschil is de vraag of de redelijke termijn zoals bedoeld in art. 6 EVRM Pro is overschreden en of de oproeping voor de terechtzitting in hoger beroep rechtsgeldig is betekend.
De Hoge Raad stelt vast dat de verdachte sinds 15 april 1998 is geëmigreerd naar Suriname en niet meer in de Nederlandse basisadministratie persoonsgegevens is ingeschreven. Het Openbaar Ministerie heeft meerdere pogingen gedaan om de verdachte te bereiken, waaronder het jaarlijks controleren van adresgegevens en het plaatsen van de verdachte in het opsporingsregister. De oproeping voor de terechtzitting is per aangetekende brief naar het bekende adres in Suriname verzonden, wat volgens de Hoge Raad rechtsgeldig is.
Hoewel de redelijke termijn in de appelfase niet is overschreden, is de termijn in de cassatiefase wel overschreden vanwege de late indiening van het cassatieberoep. Dit leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest slechts voor wat betreft de duur van de opgelegde gevangenisstraf en verwerpt het beroep voor het overige.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest alleen voor de strafduur wegens overschrijding van de redelijke termijn in cassatie en bevestigt de geldigheid van de verstekveroordeling.