ECLI:NL:PHR:2011:BR0411
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt draagkracht en behoefte bij kinderalimentatie in familierechtelijke zaak
Partijen, een man en een vrouw, hebben een relatie gehad en samen gewoond van juni 2006 tot december 2008. Uit deze relatie is een kind geboren in 2008, erkend door de man, met gezag bij de vrouw. De rechtbank Arnhem bepaalde dat de man vanaf 1 januari 2009 € 773 per maand aan kinderalimentatie moest betalen. Het hof Arnhem vernietigde deze beschikking en stelde de bijdrage vast op € 795 per maand, waarbij het oordeelde dat de vrouw geen draagkracht heeft en de man wel.
De man stelde cassatieberoep in tegen het oordeel van het hof over de berekening van de behoefte van het kind, waarbij hij betoogde dat het hof ten onrechte geen rekening hield met exploitatiekosten en huurinkomsten van een huurpand. De Hoge Raad oordeelde dat het hof dit niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld, omdat de man onvoldoende onderbouwing en inzicht gaf in de lasten en inkomsten.
Verder stelde de man dat het hof onjuist oordeelde over de draagkracht van de vrouw, onder meer over haar WW-uitkering, redelijke verdiencapaciteit, ontslagvergoeding en woonlasten. De Hoge Raad verwierp deze klachten, stellende dat het hof de feiten juist en voldoende gemotiveerd heeft vastgesteld.
Ten slotte klaagde de man over het oordeel van het hof dat hij voldoende draagkracht heeft, waarbij hij onder meer verwees naar een vermeende trendbreuk in zijn bedrijfsresultaten en de toepassing van de TWA-regeling. Ook deze klachten faalden omdat het hof zijn oordeel voldoende motiveerde en de man onvoldoende aannemelijk maakte dat de situatie wezenlijk zou veranderen.
De Hoge Raad concludeert dat de aangevoerde klachten niet tot cassatie kunnen leiden en verwerpt het beroep van de man, waarmee het oordeel van het hof stand blijft.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel van het hof over de kinderalimentatie en draagkracht.