ECLI:NL:PHR:2011:BR0412
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ontheffing ouderlijk gezag na ondertoezichtstelling minderjarige
De moeder stelde cassatieberoep in tegen de beschikking van het hof dat de ontheffing van het ouderlijk gezag over haar minderjarige zoon bekrachtigde. De rechtbank had eerder de ontheffing uitgesproken en Bureau Jeugdzorg benoemd tot voogd. In hoger beroep werd dit oordeel bevestigd. De moeder klaagde onder meer over de motivering van het hof en het ontbreken van een recent en onafhankelijk deskundigenonderzoek.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof terecht het oordeel van de rechtbank had overgenomen, aangezien in hoger beroep geen nieuwe feiten of omstandigheden waren ingebracht die aanleiding gaven tot een ander oordeel. De klachten over onvoldoende motivering en het ontbreken van een recent, onafhankelijk rapport faalden, mede omdat het rapport van de Raad voldoende actueel was en de moeder hierop kon reageren.
Ook het betoog dat Bureau Jeugdzorg onvoldoende had geprobeerd de minderjarige terug te plaatsen, werd verworpen op basis van evaluatieverslagen en de jaarlijkse verlenging van de ondertoezichtstelling. De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep niet slaagt en verwierp het beroep met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en de ontheffing van het ouderlijk gezag wordt bevestigd.