ECLI:NL:PHR:2011:BR1146
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over psychische overmacht en medeplegen bij voorbereidingshandelingen moord en terroristische misdrijven
In deze zaak stond verdachte terecht voor medeplegen van voorbereidingshandelingen tot moord en terroristische misdrijven, en voor het bezit en vervoer van wapens met terroristisch oogmerk. Het hof had verdachte veroordeeld tot 104 dagen gevangenisstraf en het beroep op psychische overmacht verworpen, waarbij het de invloed van groepsdynamiek buiten beschouwing liet omdat dit niet los gezien kon worden van de persoonlijkheid van verdachte.
De Hoge Raad herhaalt de criteria voor psychische overmacht: er moet sprake zijn van een van buiten komende drang waaraan verdachte redelijkerwijs geen weerstand kon en hoefde te bieden, waarbij ook rekening gehouden moet worden met de persoonlijkheid van verdachte. De Hoge Raad oordeelt dat het hof een onjuiste rechtsopvatting hanteerde door de groepsdynamiek niet mee te wegen in samenhang met de persoonlijkheid van verdachte.
Verder is geoordeeld dat uit de bewijsmiddelen niet volgt dat verdachte nauw en bewust heeft samengewerkt met anderen bij de voorbereidingshandelingen, zodat medeplegen niet is bewezen. Ook is bevestigd dat verklaringen van medeverdachten die niet in een gevoegde zaak zijn afgelegd als bewijsmiddel mogen worden gebruikt.
De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof en verwijst de zaak terug voor nieuwe beoordeling, met inachtneming van de juiste maatstaven voor psychische overmacht en de bewijsvoering omtrent medeplegen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onjuiste toepassing van het begrip psychische overmacht en onvoldoende bewijs voor medeplegen.