ECLI:NL:PHR:2011:BR1151
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt poging tot invoer cocaïne ondanks mislukte slikpoging koerier
In deze zaak stond de vraag centraal of het slikken van bolletjes cocaïne door een koerier in Suriname kan worden aangemerkt als een strafbare poging tot invoer van cocaïne in Nederland. De verdediging stelde dat er geen sprake was van een strafbare poging omdat de koerier de bolletjes niet daadwerkelijk had ingenomen en nog niet naar het vliegveld was vertrokken.
Het hof oordeelde dat het slikken van bolletjes cocaïne een directe en kenmerkende handeling is gericht op het invoeren van cocaïne, en dat dit als begin van uitvoering van het misdrijf moet worden beschouwd. Dit oordeel werd door de Hoge Raad bevestigd, die stelde dat het feit dat de koerier de bolletjes niet binnen kon houden en de invoer daardoor niet voltooid werd, niet afdoet aan het bestaan van een begin van uitvoering.
Daarnaast werd vastgesteld dat de redelijke termijn in cassatie was overschreden, wat leidde tot een strafvermindering. De Hoge Raad verwierp het middel dat betoogde dat er geen poging was en achtte het oordeel van het hof niet onbegrijpelijk. De strafvermindering werd ambtshalve toegewezen, zonder verdere vernietiging van het vonnis.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt dat het slikken van bolletjes cocaïne als begin van uitvoering van poging tot invoer geldt en wijzigt de straf wegens overschrijding van de redelijke termijn.