ECLI:NL:PHR:2011:BR1654

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
9 september 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/01900
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:431 BWArt. 1:441 lid 2 BWArt. 81 Ro
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling vergoeding kosten administratiesysteem onderbewindstelling en hoor en wederhoor

De zaak betreft een cassatieberoep van een bewindvoerder die in hoger beroep was veroordeeld tot terugbetaling van een deel van de kosten voor het administratiesysteem Smart FMS. De rechtbank had de bewindvoerder een vergoeding toegekend, maar het hof bekrachtigde deze beslissing deels en wees een terugbetaling toe voor 2009.

Het geschil spitste zich toe op de vraag of het hof terecht zelfstandig informatie van de website van Smart FMS had betrokken bij zijn oordeel zonder de bewindvoerder in de gelegenheid te stellen hierop te reageren, wat volgens de bewindvoerder in strijd was met het beginsel van hoor en wederhoor. Daarnaast ging het om de vraag of de kosten van het systeem als gewone beheersdaad konden worden beschouwd en dus aan de onder bewind gestelde mochten worden doorberekend.

De Hoge Raad oordeelde dat het hof inderdaad feiten uit eigen beweging had betrokken zonder hoor en wederhoor, maar dat de bewindvoerder geen belang had bij deze klacht. Het hof had geoordeeld dat de kosten niet toewijsbaar waren omdat de bewindvoerder onvoldoende inzicht had gegeven in de berekening en het systeem vooral ten behoeve van de bedrijfsadministratie was. Ook was geen toestemming van de onder bewind gestelde gegeven voor het contract. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde dat de kosten voor rekening van de bewindvoerder blijven.

Het arrest benadrukt het belang van hoor en wederhoor bij het betrekken van feiten buiten het procesdossier en bevestigt dat kosten die niet voldoende zijn onderbouwd en niet in het belang van de onder bewind gestelde zijn, niet aan laatstgenoemde kunnen worden doorberekend.

Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de kosten van het administratiesysteem blijven voor rekening van de bewindvoerder.

Conclusie

11/01900
Mr. L. Timmerman
Parket: 1 juli 2011
Conclusie inzake:
[Verzoeker] handelend onder de naam Budgetbeheer Limburg B.V. (tegenwoordig geheten Cirkel
Bewindvoeringen B.V.) in zijn hoedanigheid van bewindvoerder over het vermogen van [betrokkene 1] (hierna: [betrokkene 1])
verzoeker tot cassatie
(hierna: de bewindvoerder)
1 Bij beschikking van 19 juli 2010 heeft de rechtbank Maastricht, sector kanton, aan de bewindvoerder op zijn verzoek als loon toegekend over 2008 € 801,93 en over 2009 € 1.071,-, beide bedragen inclusief btw en kosten. Daarnaast heeft de rechter goedkeuring aan de rekening en verantwoording over 2008 en 2009 verleend onder de voorwaarde dat aan de rechthebbende bedragen van resp. € 427,67 en € 178,50 door de bewindvoerder zullen worden terugbetaald voor 1 oktober 2010. Bij brief van 31 augustus 2010 is de kantonrechter, op grond van nader overgelegde facturen, op de beslissing voor wat betreft 2008 in zoverre teruggekomen, dat een bedrag van € 389,60 niet hoeft te worden terugbetaald.
2 De bewindvoerder is van deze beschikking in hoger beroep gekomen. De rechthebbende is niet gehoord en de bewindvoerder heeft afgezien van mondelinge behandeling. Op 20 januari 2011 heeft het hof de beschikking van de rechtbank bekrachtigd.
3 Tegen die beschikking heeft de bewindvoerder tijdig(1) beroep in cassatie ingesteld.
4 Het verzoekschrift bevat één cassatiemiddel. Het middel richt zich tegen de beslissing van het hof dat de bewindvoerder over 2009 € 70,- dient terug te betalen voor het administratiesysteem FMS (zie rov. 3.2.2 van de bestreden beschikking). Middel 1 is gericht tegen rov. 3.2.5.1 tot en met 3.2.5.4. De onderdelen 3.2 tot en met 3.5 voeren aan dat het hof zelfstandig heeft kennis genomen van de website van Smart FMS en deze informatie aan zijn oordeel ten grondslag heeft gelegd. Volgens de bewindvoerder is er sprake is van een verrassingsbeslissing nu de bewindvoerder niet de mogelijkheid heeft gehad op vragen en opmerkingen van het hof over het Smart FMS systeem te reageren. Het hof heeft dan ook gehandeld in strijd met het beginsel van hoor en wederhoor nu de bewindvoerder niet in de gelegenheid is gesteld te reageren op de door het hof vergaarde feiten.
5 De bewindvoerder heeft geen belang bij deze klacht. Het hof heeft in rov. 3.2.5.2 overwogen dat de bewindvoerder niet inzichtelijk heeft gemaakt hoe het bedrag van € 10,- per maand is berekend. Om die reden wijst het hof deze kosten af. Vervolgens overweegt het hof in rov. 3.2.5.3 ten overvloede dat uit de op internet gegeven informatie blijkt dat het systeem in de eerste plaats een systeem ten behoeve van de administratie van de budgetbeheerder is en dat een neveneffect voor de cliënten is dat het de financiële mutaties inzichtelijk maakt. Het systeem behoort volgens het hof tot de bedrijfsadministratie van de bewindvoerder.
6 Daarnaast klagen de onderdelen 3.6 tot en met 3.8 dat het hof heeft miskend dat (i) op basis van de LOK- en BPBI-richtlijnen voor tussentijdse rekening en verantwoording een bedrag van € 185,- mag worden doorbelast, dat bespaard wordt door slechts een bedrag van € 10,- per maand in rekening te brengen (onderdeel 3.6); (ii) de applicatie geheel los staat van de eigen bedrijfsadministratie van de bewindvoerder (onderdeel 3.7) en (iii) de kosten wel voor rekening van de betrokkene blijven nu de bewindvoerder gerechtigd is de gebruikersovereenkomst namens de onder bewind gestelde aan te gaan, aangezien het dagelijks beheer betreft (onderdeel 3.8).
7 De onderdelen falen. Het hof heeft in rov. 3.2.5.3 en 3.2.5.4 overwogen dat het gebruik maken van geavanceerde systemen niet tot een extra vergoeding aanleiding geeft. Nu het systeem van belang is voor alle cliënten van de bewindvoerder, dienen de kosten volgens het hof voor rekening van de bewindvoerder te blijven (laatste zin van rov. 3.2.5.4). Daarnaast is volgens het hof niet gebleken dat het systeem tegemoet komt aan de wens van de onderhavige cliënt. Ook staat het de bewindvoerder niet vrij om een contract te sluiten zonder voorafgaand overleg met de kantonrechter en zonder dat goedkeuring is verkregen. De bewindvoerder heeft ook geen stukken overgelegd waaruit blijkt dat de cliënt heeft ingestemd. Het enkele feit dat de cliënten worden geïnformeerd over het systeem is volgens het hof niet voldoende.
8 Onderdeel 3.9 klaagt dat het hof niet voorafgaande aan zijn beslissing de bewindvoerder om opheldering heeft verzocht over de pijn- of vraagpunten van het hof.
9 Het is aan de bewindvoerder om de kosten die in rekening worden gebracht voldoende te onderbouwen, zodat het hof de kosten kan toewijzen. Uit de overwegingen van het hof blijkt dat de informatie die de bewindvoerder heeft overgelegd volgens het hof niet toereikend is om de kosten voor het Smart FMS-systeem toe te kunnen wijzen. De redenering die het hof volgt is niet onbegrijpelijk, zodat het onderdeel faalt.
10 Onderdeel 3.10 voert ten slotte nog aan dat de kantonrechter te Roermond en Breda het Smart FMS-systeem zonder meer als kostenpost in het kader van een onderbewindstelling ten laste van de onder bewind gestelde hebben aanvaard en goedgekeurd. Hierdoor ontstaat verschil in behandeling. Door hiermee geen rekening te houden, geeft het hof blijk van een onjuiste rechtsopvatting althans toepassing.
11 Het onderdeel faalt. Zoals het hof in rov. 3.2.5.4 terecht opmerkt is de enkele omstandigheid dat de kantonrechter in Venlo wel goedkeuring geeft, geen omstandigheid die het hof aanleiding moet geven om anders te oordelen dan het heeft gedaan.
12 Ik concludeer tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing art. 81 Ro Pro.
De Procureur-Generaal bij de
Hoge Raad der Nederlanden
A-G
1 Het verzoekschrift is per fax ter griffie van de Hoge Raad ingekomen op 20 april 2011. Het originele exemplaar is op 21 april 2011 ontvangen.