ECLI:NL:PHR:2011:BR2082
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechthebbendheid en belang strafvordering bij beslag op auto
In deze zaak gaat het om een klaagschrift van een derde die stelt rechthebbende te zijn van een auto die in het kader van een strafrechtelijk onderzoek in beslag is genomen. De rechtbank heeft geoordeeld dat verzoeker niet als redelijkerwijs rechthebbende kan worden aangemerkt omdat de auto ten tijde van de inbeslagname nog niet juridisch eigendom was van verzoeker en de feitelijke beschikkingsmacht bij een andere betrokkene lag.
De Hoge Raad herhaalt het toetsingskader dat eerst moet worden beoordeeld of het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert. Indien dit niet het geval is, dient de teruggave aan de rechthebbende te worden gelast. Echter, indien de verzoeker niet als rechthebbende kan worden aangemerkt, kan het klaagschrift zonder nadere toetsing aan het belang van strafvordering worden afgewezen.
De Hoge Raad benadrukt dat de rechthebbendheid van een derde losstaat van het belang van strafvordering bij het voortduren van het beslag. In deze zaak acht de rechtbank het belang van strafvordering aanwezig, mede omdat de officier van Justitie verbeurdverklaring van de auto beoogt. De Hoge Raad verwerpt het cassatiemiddel en bevestigt dat de rechtbank het juiste toetsingskader heeft toegepast en de beslissing voldoende heeft gemotiveerd.
Uitkomst: Het klaagschrift van verzoeker wordt ongegrond verklaard omdat hij niet als rechthebbende kan worden aangemerkt en het belang van strafvordering het voortduren van het beslag vordert.