ECLI:NL:PHR:2011:BR2104
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt veroordeling voor bezit cocaïne en witwassen ondanks betwisting motivering
In deze zaak is de verdachte door het gerechtshof veroordeeld tot vijf maanden gevangenisstraf wegens bezit van 192 gram cocaïne en witwassen van een geldbedrag. De verdediging stelde twee middelen van cassatie voor: een klacht over overschrijding van de inzendtermijn en een klacht over de onbegrijpelijke motivering van de bewezenverklaring van witwassen.
De Hoge Raad oordeelt dat het eerste middel gegrond zou zijn indien het arrest niet vóór 17 juli 2011 zou zijn gewezen, maar aangezien het arrest tijdig is gewezen, faalt dit middel. Het tweede middel faalt eveneens omdat de Hoge Raad in een eerder arrest (HR 26 oktober 2010, LJN BM4440) heeft overwogen dat het enkel voorhanden hebben van een voorwerp afkomstig uit een eigen misdrijf niet automatisch witwassen oplevert.
In deze zaak was echter sprake van meer: in de woning van de verdachte werd een bedrag van € 2820,- in bankbiljetten aangetroffen in een washand onder een broek op de verwarming, wat als simpel verhullen kan worden beschouwd. Dit maakt de bewezenverklaring begrijpelijk en voldoende gemotiveerd. De conclusie van de procureur-generaal is dat het cassatieberoep moet worden verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde de veroordeling tot vijf maanden gevangenisstraf wegens bezit van cocaïne en witwassen.