ECLI:NL:PHR:2011:BR2337
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid in hoger beroep ondanks ontbrekende machtigingsverklaring advocaat
In deze zaak werd de verdachte door het gerechtshof niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep omdat de akte van hoger beroep niet vermeldde dat de advocaat bepaaldelijk was gevolmachtigd. De advocaat had de akte opgesteld en ondertekend, maar de vereiste machtigingsverklaring ontbrak. Het hof oordeelde dat dit verzuim niet binnen de beroepstermijn was hersteld en dat dit tot niet-ontvankelijkheid moest leiden.
De verdachte verklaarde echter ter zitting dat zij haar advocaat wel degelijk bepaaldelijk had gevolmachtigd om het hoger beroep in te stellen. De Hoge Raad overweegt dat in het geval van een akte opgesteld door een justitiële autoriteit, de ondertekenaar erop mag vertrouwen dat deze geen fouten bevat. Bovendien is meer dan een verklaring van de advocaat, zoals een schriftelijke machtiging, niet vereist volgens art. 450 Sv Pro.
De Hoge Raad stelt dat het hof ten onrechte de verdachte niet-ontvankelijk heeft verklaard en dat het vormverzuim ter terechtzitting is hersteld. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en wijst de zaak terug naar het hof voor een inhoudelijke behandeling van het hoger beroep. Er zijn geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het arrest.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug voor inhoudelijke behandeling van het hoger beroep.