ECLI:NL:PHR:2011:BR2990
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging strafoplegging wegens onvoldoende motivering straatwaarde drugs bij coffeeshophouder
In deze zaak werd de verdachte, een coffeeshophouder, door het hof Arnhem veroordeeld tot een gevangenisstraf van acht maanden waarvan vier maanden voorwaardelijk wegens het opzettelijk handelen in strijd met de Opiumwet. Het hof baseerde de straf mede op de vaststelling dat de verdachte een grote hoeveelheid hasj en hennep met een straatwaarde van minstens € 200.000,- in zijn woning had.
De verdediging stelde dat deze straatwaarde niet uit het geding bleek en niet voldoende was gemotiveerd. De Hoge Raad bevestigde dat het hof niet zonder meer kon aannemen dat de genoemde straatwaarde een feit van algemene bekendheid was, omdat de hoeveelheden en de destijds geldende straatwaarde niet duidelijk waren vastgesteld. Uit onderzoek bleek dat de werkelijke straatwaarde waarschijnlijk lager lag, circa € 132.000,-.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof de strafoplegging in dit opzicht nader had moeten motiveren. Ook werd vastgesteld dat de redelijke termijn in de cassatiefase was overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest van het hof slechts ten aanzien van de strafoplegging en verwees de zaak terug voor hernieuwde berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd ten aanzien van de strafoplegging en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.