ECLI:NL:PHR:2011:BR2998
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt bewijsgebruik ondanks ontbreken advocaatverhoor medeverdachten in Opiumwetzaak
Verdachte werd door het Gerechtshof te 's-Hertogenbosch veroordeeld wegens opzettelijk handelen in strijd met een verbod uit de Opiumwet, met een taakstraf van 120 uur of subsidiair 60 dagen hechtenis.
In cassatie werd aangevoerd dat verklaringen van medeverdachten niet als bewijs gebruikt mochten worden omdat zij niet voorafgaand aan hun eerste verhoor waren gewezen op het recht op consultatie van een advocaat, en niet ondubbelzinnig afstand hadden gedaan van dat recht.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof deze stelling terecht verwierp omdat de belangen van verdachte niet waren geschaad door dit verzuim, conform eerdere jurisprudentie (HR 7 juni 2011, LJN BP2740). Het middel faalde en het beroep werd verworpen.
De conclusie van de Procureur-Generaal bevatte geen gronden voor ambtshalve vernietiging van het bestreden vonnis. De Hoge Raad bevestigde hiermee de bewijswaardering en de rechtmatigheid van het vonnis van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep werd verworpen en het arrest van het hof bevestigd.