ECLI:NL:PHR:2011:BR3005
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor schuld aan verkeersongeval onder invloed van alcohol
Op 12 november 2008 reed verdachte op de Hart van Brabantlaan te Tilburg toen hij een voetgangster met een winkelwagentje aanreed. De voetgangster liep een open, gecompliceerde onderbeenbreuk op. Verdachte reed op de linkerrijstrook en kon de voetgangster, die van rechts naar links overstak, niet tijdig ontwijken of stoppen.
Het hof stelde vast dat verdachte ten tijde van het ongeval onder aanzienlijke invloed van alcohol was, met een ademalcoholgehalte van 605 microgram per liter, bijna drie keer de wettelijke limiet. Verdachte was ook in gedachten verzonken. Het hof concludeerde dat verdachte onvoorzichtig en onachtzaam heeft gereden en daardoor schuld had aan het ongeval.
Verdachte stelde dat het bewijs onvoldoende was om schuld aan te tonen, en dat zijn zicht mogelijk belemmerd was. Het hof verwierp deze verweren. De Hoge Raad oordeelde echter dat het hof onvoldoende gemotiveerd had waarom uit de omstandigheden moest worden afgeleid dat verdachte zonder alcohol en afleiding het ongeval had kunnen voorkomen.
Daarom vernietigde de Hoge Raad het arrest en verwees de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling. De Hoge Raad vond geen andere gronden voor vernietiging.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.