ECLI:NL:PHR:2011:BR3033
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vervolging feitelijke verzorger schoolverzuim ondanks gezagsverdeling
In deze zaak stond de vraag centraal of de verdachte, die niet de biologische ouder maar wel de feitelijke verzorger was van een jongere, terecht strafrechtelijk werd vervolgd wegens niet-nakoming van de Leerplichtwet 1969. De verdachte werd door het hof veroordeeld tot een geldboete wegens het niet zorgen voor regelmatige schoolbezoek van de jongere.
De verdediging voerde in hoger beroep aan dat alleen degene die het ouderlijk gezag uitoefent, in dit geval de moeder, vervolgd had mogen worden en dat de vervolging van de feitelijke verzorger niet ontvankelijk had moeten worden verklaard. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat zowel de gezagsdrager als de feitelijke verzorger kunnen worden vervolgd, waarbij geen voorrangsregel geldt.
De Hoge Raad bevestigde dit oordeel en benadrukte dat artikel 2 van Pro de Leerplichtwet 1969 zich richt tot zowel degene die het gezag uitoefent als degene die feitelijk voor de jongere zorgt. De aanwijzing strafrechtelijke aanpak schoolverzuim ondersteunt deze uitleg. Het middel van de verdediging faalde en het beroep werd verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de veroordeling van de verdachte wordt bevestigd.