ECLI:NL:PHR:2011:BR3046
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verbeurdverklaring kleding en strafvermindering wegens termijnoverschrijding na doodslag op twee kinderen
De verdachte is door het Hof veroordeeld voor het opzettelijk doden van haar twee kinderen door hen meermalen met een mes te steken. Het Hof verklaarde tevens de kleding die de verdachte droeg op het moment van het delict verbeurd. De verdediging voerde onder meer aan dat een onbekende dader niet kon worden uitgesloten, maar het Hof oordeelde dat daarvoor geen aanwijzingen waren en achtte de aanwezigheid van een onbekende dader uitgesloten.
Het bewijs bestond onder andere uit bekentenissen van de verdachte, forensisch onderzoek door een forensisch arts die concludeerde dat bepaalde huidletsels waarschijnlijk het gevolg waren van automutilatie en niet van een worsteling, en diverse proces-verbalen. De Hoge Raad oordeelt dat de verbeurdverklaring van de kleding niet begrijpelijk is gemotiveerd en niet voldoet aan de eis der wet, omdat de kleding niet direct met het bewezenverklaarde strafbare feit verband houdt.
Daarnaast oordeelt de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor het cassatieberoep is overschreden, wat leidt tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het Hof voor zover het de verbeurdverklaring en de straf betreft, gelast de teruggave van de kleding aan de verdachte en vermindert de opgelegde gevangenisstraf. Het cassatieberoep wordt voor het overige verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt de verbeurdverklaring van kleding en vermindert de gevangenisstraf wegens termijnoverschrijding, bevestigt de doodslagvonnis.