ECLI:NL:PHR:2011:BR3049
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring beroep tegen verzet tegen tenuitvoerlegging Roemeense drugsvonnis
De zaak betreft een verzoek tot tenuitvoerlegging in Nederland van een gevangenisstraf opgelegd door de Roemeense rechter aan de veroordeelde wegens illegale internationale handel in ruim 101 kilo cocaïne. De veroordeelde werd aanvankelijk veroordeeld tot zes jaar gevangenisstraf, welke straf door het Roemeense Hof van Cassatie verhoogd werd tot elf jaar. Deze uitspraak werd onherroepelijk op 12 februari 2009.
De veroordeelde deed verzet tegen de tenuitvoerlegging van deze straf in Nederland, maar de rechtbank verklaarde dit verzet ongegrond omdat de Roemeense beslissing niet bij verstek was gewezen en tegen een dergelijke beslissing geen beroep in cassatie openstaat. De veroordeelde stelde meerdere middelen van cassatie voor, waaronder klachten over de motivering van de strafverhoging, de volledigheid van het dossier en de strafmaat.
De Hoge Raad oordeelde dat de exequaturrechter uit moet gaan van de juistheid van de buitenlandse veroordeling, tenzij sprake is van flagrante schending van fundamentele beginselen van behoorlijke strafrechtspleging, wat hier niet is vastgesteld. De rechtbank had voldoende stukken ontvangen en had de belangen zorgvuldig afgewogen, waaronder de omstandigheden van de veroordeelde en de strafduur. De Hoge Raad verwierp de middelen en verklaarde het cassatieberoep niet-ontvankelijk voor het beroep tegen de verzetbeslissing.
Uitkomst: De Hoge Raad verklaart het cassatieberoep tegen de beslissing op het verzet niet-ontvankelijk.