ECLI:NL:PHR:2011:BR5152
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot schuldsaneringsregeling wegens gebrek aan goede trouw bij ontstaan en onbetaald laten van schulden
Verzoekster tot cassatie was na het uitspreken van haar faillissement door de rechtbank en het hof afgewezen in haar verzoek om onder gelijktijdige opheffing van het faillissement tot de wettelijke schuldsaneringsregeling te worden toegelaten. De schuldenlast betrof ruim €153.000, ontstaan door een onderneming in glutenvrije producten.
Zowel rechtbank als hof oordeelden dat verzoekster niet voldoende aannemelijk had gemaakt te goeder trouw te zijn geweest bij het aangaan en onbetaald laten van de meeste schulden. Het hof baseerde dit oordeel op het feit dat zij omvangrijke betalingsverplichtingen aanging zonder zekerheid van financiering, terwijl de financiering niet op de toegezegde datum was verstrekt. Ook bleef zij eind 2008 voorraden bestellen terwijl zij niet in staat was belastingen af te dragen.
In cassatie werd dit oordeel bestreden, maar de Hoge Raad oordeelde dat de feitelijke oordelen van het hof begrijpelijk en voldoende gemotiveerd waren. Er waren geen bewijsstukken die de stellingen van verzoekster ondersteunden dat zij garanties had dat financiering alsnog zou komen. Het feit dat omzet werd gemaakt en een vast inkomen werd genoten, was onvoldoende om de schuldenlast te dekken.
De Hoge Raad concludeerde dat het cassatieberoep niet slaagt en verwierp het. Daarmee bleef het oordeel van het hof dat verzoekster niet te goeder trouw was gehandeld in stand, en werd het verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het verzoek tot schuldsaneringsregeling afgewezen wegens gebrek aan goede trouw.