ECLI:NL:PHR:2011:BR5457
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Bevestiging bruikleenovereenkomst tussen gemeente en stichting met ontruimingsvordering
De zaak betreft een geschil tussen de gemeente Amsterdam en een stichting over het gebruik van meerdere terreinen waarop de stichting haar clubhuis exploiteert. De gemeente vordert ontruiming van twee terreinen (4410 m² en 630 m²) die zij aan de stichting in gebruik heeft gegeven, en stelt dat er een rechtsgeldige bruikleenovereenkomst is gesloten die zij rechtsgeldig heeft opgezegd.
De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat er sprake is van een stilzwijgende bruikleenovereenkomst tussen de gemeente en de stichting met betrekking tot de terreinen. De stichting stelde in cassatie dat een dergelijke stilzwijgende overeenkomst niet kan bestaan zonder een besluit van het bevoegde gemeentelijke orgaan, en dat het hof het proces-verbaal van de comparitie onjuist heeft geïnterpreteerd.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof niet onbegrijpelijk heeft geoordeeld dat een bruikleenovereenkomst bestaat, mede gelet op de stellingen van partijen tijdens de procedure. De Hoge Raad benadrukt dat de vraag of een besluit van het bevoegde orgaan is genomen niet in cassatie kan worden onderzocht omdat dit een feitelijke beoordeling vergt. Daarnaast bevestigt de Hoge Raad dat het privaatrechtelijke kader van toepassing is op overeenkomsten met overheidslichamen en dat een stilzwijgende bruikleenovereenkomst mogelijk is. De klachten van de stichting worden verworpen en het arrest van het hof wordt bekrachtigd.
Uitkomst: De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bevestigt het oordeel dat een stilzwijgende bruikleenovereenkomst bestaat en dat ontruiming van de terreinen gerechtvaardigd is.