ECLI:NL:PHR:2011:BS1707
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beëindiging schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming plichten saniet
Verzoeker tot cassatie was toegelaten tot de schuldsaneringsregeling per 30 juli 2008. De rechtbank Rotterdam beëindigde deze regeling op 4 januari 2011 wegens niet-nakoming van de uit de regeling voortvloeiende verplichtingen. Dit vonnis werd door het hof 's-Gravenhage op 29 maart 2011 bekrachtigd.
De tekortkomingen betroffen het niet naar behoren afdragen aan de boedel, het ontstaan van nieuwe schulden waarvan niet aannemelijk was dat deze voor het einde van de regeling voldaan zouden zijn, een onvoldoende actieve houding bij informatieverzoeken van de bewindvoerder, en het zonder toestemming verhuizen naar een nieuw adres zonder aantoonbare noodzaak.
Verzoeker stelde cassatie in tegen het arrest, met twee middelen. Het eerste middel betrof de afdrachtplicht en de verantwoordelijkheid van de bewindvoerder, hetgeen door de Hoge Raad werd verworpen omdat de saniet zelf verantwoordelijk is en de bewindvoerder hem had gewaarschuwd. Het tweede middel betrof het verhuizen zonder toestemming, dat bij gebrek aan belang werd afgewezen omdat andere gronden de beëindiging al rechtvaardigden en de noodzaak van de verhuizing niet was aangetoond.
De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde daarmee de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de verplichtingen door de saniet.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de beëindiging van de schuldsaneringsregeling wegens niet-nakoming van de verplichtingen door de saniet.