ECLI:NL:PHR:2011:BS1741

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
25 oktober 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01015 A
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 379 SrArt. 49 SrArt. 31 SrNAArt. 402 SvNA
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid vonnis door verzuim opname bewijsmiddelen in Antilliaanse strafzaak

In deze strafzaak heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba verdachte veroordeeld wegens medeplegen en ambtelijke corruptie. Het hof legde een geldboete, een voorwaardelijke gevangenisstraf en een ontzetting van ambtsbekleding op.

Namens verdachte werd cassatieberoep ingesteld tegen het vonnis, waarbij onder meer werd geklaagd over het ontbreken van de inhoud van de bewijsmiddelen in het vonnis zelf, in strijd met artikel 402 van Pro het Wetboek van Strafvordering Nederlandse Antillen (SvNA).

De Hoge Raad constateerde dat het hof inderdaad heeft verzuimd de inhoud van de bewijsmiddelen in het vonnis op te nemen, hetgeen volgens art. 402, lid 7 SvNA leidt tot nietigheid van het vonnis. Hoewel een bijlage met bewijsmiddelen bestond, was deze niet in het vonnis opgenomen.

Gelet hierop vernietigde de Hoge Raad het vonnis en verwees de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba voor een nieuwe berechting en beslissing. De overige middelen van cassatie werden niet behandeld vanwege het slagen van het eerste middel.

Uitkomst: Het vonnis van het hof wordt vernietigd wegens nietigheid en de zaak wordt verwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 10/01015 A
Mr. Vegter
Zitting: 30 augustus 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba heeft bij vonnis van 11 februari 2010 verdachte wegens 3. "medeplegen van als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat zij hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, strafbaar gesteld bij artikel 379 jo Pro. 49 Sr" en 4. "als ambtenaar een gift aannemen, wetende dat zij hem gedaan wordt teneinde hem te bewegen om, in strijd met zijn plicht, in zijn bediening iets te doen, strafbaar gesteld bij artikel 379 Sr Pro" veroordeeld tot een geldboete van NAF. 5.000,-, subsidiair 55 dagen hechtenis, en een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden met een proeftijd van 3 jaar en met aftrek als bedoeld in art. 31 SrNA Pro. Voorts heeft het Hof de verdachte voor de duur van 3 jaren ontzet van het recht om ambten te bekleden.
2. Namens verdachte heeft mr. C.H.J. Merx, advocaat te Sint Maarten, beroep in cassatie ingesteld(1) en heeft mr. G. Spong, advocaat te Amsterdam, bij schriftuur vier middelen van cassatie voorgesteld.
3. Het eerste middel behelst de klacht dat het Hof in strijd met art. 402 SvNA Pro heeft verzuimd in de bestreden uitspraak de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen op te nemen.
4. Het vonnis van het Hof houdt onder het hoofd "de bewijsmiddelen" het volgende in:
"Het Hof grondt zijn overtuiging dat de verdachte het bewezene heeft begaan op feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. De bewijsmiddelen zullen in geval van beroep in cassatie in een aan dit vonnis te hechten bijlage worden opgenomen."
5. Bij de stukken van het geding bevindt zich een bijlage bevattende bewijsmiddelen en behorende bij het vonnis van het Hof van 11 februari 2010. Deze bijlage is op 21 april 2010 door de Voorzitter van het Hof ondertekend.
6. Art. 402 SvNA Pro luidt, voor zover hier van belang, als volgt:
"1. Het vonnis bevat het tenlastegelegde alsmede de inhoud van de bewijsmiddelen, voor zover deze tot bewijs daarvan geldt.
(...)
7. Alles op straffe van nietigheid."
7. Het Hof heeft in strijd met art. 402, eerste lid, SvNA verzuimd in het bestreden vonnis zelf de inhoud van de gebezigde bewijsmiddelen op te nemen. Ingevolge art. 402, zevende lid, Sv leidt dit verzuim tot nietigheid.(2)
8. Het middel slaagt.
9. Nu als gevolg van het slagen van het eerste middel, het (gehele) vonnis van het Hof dient te worden vernietigd en de zaak moet worden verwezen naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde opnieuw te worden berecht en afgedaan, zie ik geen aanleiding om de overige middelen te bespreken. Indien de Hoge Raad hier anders over mocht oordelen, houd ik mij gereed om deze middelen in een aanvullende conclusie alsnog te bespreken.
10. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van zijn bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
11. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en tot verwijzing van de zaak naar het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van Aruba, Curaçao, Sint Maarten en van Bonaire, Sint Eustatius en Saba teneinde op het bestaande beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
1 De omstandigheid dat de cassatie-akte niet vermeldt dat mr. Merx bepaaldelijk door de verdachte is gevolmachtigd om namens hem beroep in cassatie in te stellen, staat niet in de weg aan de ontvankelijkheid van het cassatieberoep. Het desbetreffende formulier is immers aangeboden door een justitiële autoriteit (de griffie van het Hof), zodat de ondertekenaar erop mag vertrouwen dat het geen fouten of leemten bevat en dat door de ondertekening en inlevering van het formulier rechtsgeldig beroep in cassatie wordt ingesteld. Zie In HR 1-6-2010, LJN BL9116, rov. 2.
2 Vgl. HR 8 februari 2011, LJN BO9974, HR 2 november 2010, LJN BN9359, HR 2 november 2010, LJN BN9358 en HR 13 juli 2010, LJN BJ8669, NJ 2010/572, m.nt. Sch.