ECLI:NL:PHR:2011:BS8796
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Cassatie over onrechtmatige daad en verzet tegen verstekvonnis kantonrechter
In deze zaak vorderden [verweerster 1] en [verweerder 2] betaling wegens onrechtmatige daad, bestaande uit mishandeling en wederrechtelijk binnendringen, waarvoor gedaagden strafrechtelijk waren veroordeeld. De kantonrechter veroordeelde gedaagden bij verstek, waarna [eiser] verzet instelde. Dit verzet werd door de kantonrechter afgewezen omdat [eiser] geen inhoudelijk verweer voerde.
Tegen dit vonnis stelde [eiser] cassatie in bij de Hoge Raad. Het cassatiemiddel was echter onvoldoende gemotiveerd en specificeerde niet welke beslissingen of overwegingen onjuist waren, noch waarom het recht was geschonden. De Hoge Raad oordeelde dat het middel faalde omdat het niet voldeed aan de eisen van artikel 80 RO Pro.
De Hoge Raad bevestigde dat de vorderingen van [verweerster 1] en [verweerder 2] afzonderlijk onder de cassatiegrens vielen, maar dat cassatie op de daarvoor openstaande gronden mogelijk was. Uiteindelijk werd het cassatieberoep verworpen en het vonnis van de kantonrechter bekrachtigd.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het vonnis van de kantonrechter blijft in stand.