ECLI:NL:PHR:2011:BS8803
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt waardebepaling onteigende gronden Eendragtspolder zonder toepassing dwangbestemming en complexbegrip
De zaak betreft de vaststelling van de schadeloosstelling voor onteigende landbouwgronden in de Eendragtspolder te Zevenhuizen, ten behoeve van grootschalige waterberging en recreatie. De gemeente stelde bestemmingsplannen vast die deze functies mogelijk maken, waarop de onteigening door het Bureau Beheer Landbouwgronden (BBL) volgde.
De Rechtbank 's-Gravenhage stelde de schadeloosstelling vast op basis van de agrarische waarde, waarbij zij oordeelde dat geen sprake was van een dwangbestemming die de waarde zou beïnvloeden, noch dat de gronden deel uitmaakten van een complex als bedoeld in artikel 40d van de Onteigeningswet. Dit oordeel werd onderbouwd met feitelijke vaststellingen over de zelfstandige ruimtelijke ontwikkeling van de Eendragtspolder en de gemeentelijke invloed op het bestemmingsplan.
In cassatie stelde eiser dat de rechtbank ten onrechte artikel 40c en 40d van de Onteigeningswet niet had toegepast, waardoor een volledige schadeloosstelling uitbleef. De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had en dat de feitelijke beoordeling niet voor cassatie vatbaar was. Het beroep werd verworpen, waarmee de schadeloosstelling en de waarderingsgrondslag ongewijzigd blijven.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt vastgesteld op basis van de agrarische waarde zonder toepassing van dwangbestemming of complexbegrip.