ECLI:NL:PHR:2011:BS8804
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Verwerping cassatieberoep inzake schadeloosstelling onteigening Eendragtspolder
Deze zaak betreft een cassatieprocedure over de vaststelling van de schadeloosstelling voor onteigening van landbouwgrond nabij de Eendragtspolder, ten behoeve van grootschalige waterberging en recreatie. De rechtbank had de schadeloosstelling vastgesteld op basis van de agrarische waarde, waarbij zij oordeelde dat geen sprake was van een dwangbestemming en dat het onteigende geen deel uitmaakt van een complex als bedoeld in artikel 40d van de Onteigeningswet.
Eiseres stelde dat de rechtbank ten onrechte artikel 40c en 40d van de Onteigeningswet niet had toegepast, waardoor zij geen volledige schadeloosstelling ontving. Zij voerde aan dat het bestemmingsplan een dwangbestemming vormde die moest worden weggedacht en dat het onteigende deel uitmaakte van een complex, wat een hogere waarde zou rechtvaardigen.
De Hoge Raad oordeelt dat het oordeel van de rechtbank dat geen sprake is van een dwangbestemming en complex niet onbegrijpelijk of onrechtmatig is. De rechtbank heeft voldoende gemotiveerd waarom zij het advies van deskundigen volgde en waarom de gemeente invloed had op het bestemmingsplan. De klachten van eiseres falen, zodat het cassatieberoep wordt verworpen.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en de schadeloosstelling wordt bevestigd op basis van de agrarische waarde zonder toepassing van dwangbestemming of complexbegrip.