ECLI:NL:PHR:2011:BT1663
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens ontbreken schriftuur in zaak medeplegen en Opiumwet-overtredingen
Het Gerechtshof te Arnhem heeft verdachte bij arrest van 27 januari 2010 veroordeeld tot vijf jaar gevangenisstraf wegens meerdere feiten, waaronder het leiden van een criminele organisatie, medeplegen van overtredingen van de Opiumwet en het opzettelijk nalaten van het tijdig verstrekken van gegevens die van belang zijn voor de vaststelling van een recht op een verstrekking of tegemoetkoming.
Verdachte heeft hiertegen beroep in cassatie ingesteld bij de Hoge Raad, vertegenwoordigd door zijn advocaat. De aanzegging van het cassatieberoep is op 8 maart 2011 betekend. Echter, binnen de in artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering gestelde termijn van twee maanden is geen schriftuurhoudend middel ingediend.
Daarom heeft de Procureur-Generaal geconcludeerd dat het cassatieberoep niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Dit betekent dat de Hoge Raad niet inhoudelijk op het beroep zal ingaan. De zaak hangt samen met twee andere zaken van medeverdachten waarin eenzelfde conclusie is getrokken.
Uitkomst: Het cassatieberoep van verdachte is niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van schriftuur binnen de wettelijke termijn.