"Confrontatie
27. Als cliënte geen pakketten heeft besteld en geen pakketten heeft aangenomen, waarom wordt zij dan toch herkend door de bezorgers van TNT? Zij hebben cliënte tijdens een spiegelconfrontatie herkend als zijnde de persoon die pakketten aannam op het adres waar cliënte woonachtig was. Cliënte is hierover nog steeds verbaast en meent dat het simpelweg niet kan dat de bezorgers haar herkennen omdat zij de pakketten niet heeft aangenomen. De enige verklaring die cliënte daarvoor kan geven is dat zij een vergissing hebben gemaakt.
28. Het is een feit van algemene bekendheid dat met de resultaten van een dergelijke confrontatie voorzichtig om gegaan dient te worden en dat het gewicht dat hieraan wordt gehangen beperkt dient te zijn. Om die reden zijn richtlijnen op gesteld waarin een werkwijze is neergelegd over hoe te handelen bij een confrontatie. Die richtlijnen zijn in casu niet nageleefd, hetgeen een reden kan zijn waarom cliënte 'vals' is herkend. Naar mijn mening moeten de resultaten van de confrontatie van het bewijs worden uitgesloten nu voornoemde richtlijn niet is gevolgd. De voorwaarden genoemd onder 4.3 van de richtlijnen van de handleiding confrontatie zijn namelijk niet nageleefd. Volgens deze handleiding is sprake van beïnvloeding van de getuige indien deze uitsluitend met één confrontatiesubject wordt geconfronteerd. Een keuze uit meerdere personen is dan immers niet mogelijk en getuigen zullen denken dat de politie niet zomaar zal vragen of de persoon in de foto of achter de spiegel herkend wordt en de verkeerde persoon aanwijzen.
29. Voorgaande is in casu, gelet op het volgende, zeker niet onaannemelijk. Op het moment dat de TNT bezorger een foto van [betrokkene 1] te zien kreeg stelde hij hem te herkennen. Volgens hem was dit de man die in de gang werd aangehouden en de man die hij al eerder had gezien bij de spiegelconfrontatie. Dit terwijl de man die in de gang werd aangehouden en achter de spiegel stond de partner en medeverdachte van cliënte, [medeverdachte] betrof, en niet [betrokkene 1],die in het geheel niet op hem lijkt. Hieruit blijkt hoe onbetrouwbaar een dergelijke confrontatie is.
30. Maar er is meer, wanneer een getuige en één confrontatiesubject elkaar al kennen vóór de confrontatie behoort een enkelvoudige confrontatie (een confrontatie met één subject) tot de mogelijkheden. In onderhavige strafzaak had een dergelijke confrontatie niet mogen plaatsvinden omdat geen sprake was van bekenden.
31. De rechtbank dacht daarover anders, zij overwoog als volgt. 'Ten aanzien van het bewijs heeft de verdediging aangevoerd dat de spiegelconfrontatie uitgesloten moet worden van het bewijs. De rechtbank kan daar niet in meegaan,omdat, gelet op de vele keren dat de subcontractors van TNT Post aan het woonadres van verdachte pakketjes bezorgden, gesproken kan worden van bekenden, zodat volstaan kan worden met een enkelvoudige confrontatie.'
32. In deze overweging geeft de rechtbank een verkeerde uitleg aan de term bekenden. Een confrontatie van bekenden wordt doorgaans verricht alleen als verificatie; 'ls deze persoon inderdaad uw moeder?', of 'Is dit de collega die u bedoelde?'. Dergelijke confrontaties zijn verificatie confrontaties die er zijn ter controle en niet dienen als bewijs. Heeft de politie de juiste persoon aangehouden of gaan zij de juiste persoon aanhouden? Zodra een confrontatie echter een bewijsconfrontatie is, moet de confrontatie altijd meervoudig plaatsvinden.
33. Door te stellen dat cliënte en de bezorgers elkaar wel kende gaat de rechtbank voorbij aan het feit dat het in casu gaat om een bewijsconfrontatie. Bovendien meen ik dat zij voorbij gaat aan de onschuldpresumptie en toont zij misschien zelfs vooringenomenheid. Immers geeft de rechtbank hiermee aan dat zij klaarblijkelijk van mening is dat cliënte liegt over het feit dat zij de bezorgers niet kende en kennelijk zelfs vond dat in die fase van het onderzoek al geen meervoudige bewijsconfrontatie nodig was om die stelling van cliënte te toetsen. Door die aanname kan echter niet meer worden onderzocht of cliënte en de bezorgers elkaar inderdaad al dan niet kenden. Hiermee wordt de verdediging voor een voldongen feit gesteld en in haar belangen geschaad.
34. Voornoemde schending van de richtlijnen van de confrontatie zijn onomkeerbaar en leveren een dusdanige schending van artikel 359a van het Wetboek van strafvordering op dat dit ertoe leidt dat ik meen dat de resultaten van de confrontaties moeten worden uitgesloten van het bewijs. Ik verwijs in dat kader naar een uitspraak van de Hoge Raad van 3 april 2007, LJN: ZA9395 en naar een uitspraak van de Hoge Raad 16 augustus 2005, LJN: AT6058.
35. Bovendien meen ik dat de resultaten van de confrontatie in dit geval nog om een andere reden van het bewijs moeten worden uitgesloten. Namelijk omdat een onbevoegd persoon, een politieambtenaar, de confrontatie heeft aangenomen.
36. Een agent is daartoe gelet op artikel 61a, 62 en 62a van het Wetboek van Strafvordering niet bevoegd. Uit het dossier komt niet naar voren dat de bevoegdheid gemandateerd zou zijn aan deze politiebeambten en bovendien is een dergelijke mandatering een bevel tot toepassing van een dwangmiddel in strijd met het mandateringsverbod zoals omschreven in artikel 126 lid3 van de Wet op de Rechterlijke Organisatie.
37. Ik verzoek uw hof ook om die reden de resultaten van de spiegelconfrontatie uit te sluiten van het bewijs en verwijs naar een uitspraak van het Hof Amsterdam van 15 april 2010, LJN: BM1657 waarin wordt bepaalde dat voorgaande een onherstelbaar vormverzuim betreft.
38. Kortom ik verzoek uw hof de confrontaties uit te sluiten van het bewijs primair omdat zij niet op juiste wijze zijn afgenomen en daardoor onbetrouwbaar zijn, en subsidiair omdat deze niet door de juiste persoon zijn uitgevoerd.