ECLI:NL:PHR:2011:BT1862

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
1 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
11/00428 H
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 30 lid 4 WAMArt. 107 lid 1 WVW 1994Art. 5 WVW 1994Art. 457 lid 1 onder 2° SvArt. 467 lid 1 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Herziening wegens dubbele veroordeling voor rijden zonder verzekering op minibike

Aanvrager werd tweemaal veroordeeld voor het rijden zonder verzekering op een minibike op 2 juli 2009 te 's-Gravenhage. De eerste veroordeling vond plaats op 13 oktober 2010 en de tweede op 26 oktober 2010, beide door de kantonrechter. De dagvaardingen en proces-verbalen tonen aan dat het feitelijk om hetzelfde incident gaat, waarbij aanvrager op dezelfde dag en locatie werd aangehouden en beboet.

De aanvrage tot herziening berust op het ernstige vermoeden dat de kantonrechter, indien bekend met de eerdere veroordeling, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard wegens ne bis in idem. De procureur-generaal bij de Hoge Raad concludeert dat deze omstandigheid een grond is voor herziening op grond van artikel 457 lid 1 onder Pro 2° Sv.

De Hoge Raad verklaart de aanvraag tot herziening gegrond en beveelt, indien nodig, opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van het vonnis. De zaak wordt verwezen naar een gerechtshof voor behandeling en afdoening conform artikel 467 lid 1 Sv Pro.

Uitkomst: De Hoge Raad verklaart de herzieningsaanvraag gegrond en verwijst de zaak naar het gerechtshof voor verdere behandeling.

Conclusie

Nr. 11/00428 H
Mr. Aben
Zitting 6 september 2011
Conclusie inzake:
[Aanvrager]
1. Bij onherroepelijk geworden vonnis van de kantonrechter in de rechtbank te 's-Gravenhage van 26 oktober 2010 is aanvrager van herziening wegens "overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 4 Wet Pro aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen" - gepleegd op 2 juli 2009 - veroordeeld tot een geldboete van € 310,- subsidiair 6 dagen hechtenis. Voorts heeft de rechter een oranje minibike, type Dirtbike, verbeurd verklaard.
2. Namens de verdachte heeft mr. H. Sytema, advocaat te 's-Gravenhage, herziening gevraagd van het onherroepelijke vonnis van de rechtbank.
3.1. De aanvrage steunt op de stelling dat aanvrager tweemaal voor hetzelfde feit is veroordeeld en de kantonrechter, indien deze destijds bekend was geweest met het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 13 oktober 2010, het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard. Ter staving van deze stelling wordt onder meer verwezen naar het volgende:
(i) het vonnis van de kantonrechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 13 oktober 2010 (parketnummer 96/042852-10) waarbij aanvrager is veroordeeld wegens overtreding van artikel 30, vierde lid WAM, gepleegd op 2 juli 2009 (bijlage 1) en de mededeling uitspraak inhoudende dat de kantonrechter op 26 oktober 2010 aanvrager heeft veroordeeld wegens overtreding van het bepaalde in artikel 30 lid 4 WAM Pro (bijlage 2);
(ii) de dagvaarding om op 13 oktober 2010 bij de kantonrechter te verschijnen (parketnummer 09/095124/09) waaruit blijkt dat aanvrager is tenlastegelegd dat "hij op of omstreeks 2 juli 2009 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, de Goeverneurlaan, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden" (bijlage 5);
(iii) de dagvaarding om op 26 oktober bij de kantonrechter te verschijnen (parketnummer 96/042852-10) waaruit blijkt dat aanvrager is tenlastegelegd dat "hij op of omstreeks 2 juli 2009 te 's-Gravenhage als bestuurder van een motorrijtuig daarmede heeft gereden op de voor het openbaar verkeer openstaande weg, Johan Gramstraat, zonder dat er voor dit motorrijtuig een verzekering overeenkomstig de Wet aansprakelijkheidsverzekering motorrijtuigen was gesloten en in stand gehouden" (bijlage 8);
(iv) het proces-verbaal van rijbevoegdheid, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], waaruit volgt dat de politie aanvrager op 2 juli 2009 omstreeks 19:59 uur op de Johan Gramstraat te 's-Gravenhage op een zogenaamde minibike heeft zien rijden, aanvrager aldaar omstreeks 20:05 uur heeft aangehouden en verzoeker om 20:10 uur aan de hulpofficier van justitie is voorgeleid (bijlage 3);
(v) het proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door de verbalisanten [verbalisant 2] en [verbalisant 1], inhoudende dat de politie omstreeks 19:59 uur verzoeker over de Goeverneurlaan te 's-Gravenhage heeft zien rijden en verzoeker vervolgens na een korte achtervolging heeft aangehouden (bijlage 4);
(vi) het proces-verbaal van overtreding en het daaraan ten grondslag liggende mini-pv, opgemaakt door verbalisant [verbalisant 1], waaruit kan worden afgeleid dat aanvrager onverzekerd heeft gereden op de Johan Gramstraat te 's-Gravenhage (bijlagen 6 en 7).(1)
3.2. Uit het voorgaande in onderlinge samenhang bezien kan worden afgeleid dat aanvrager op 2 juli 2009 te 's-Gravenhage met een zogenaamde minibike over de Goeverneurlaan te 's-Gravenhage heeft gereden, aldaar omstreeks 19:59 uur door de politie is opgemerkt die hierop de achtervolging heeft ingezet, waarna aanvrager op de Johan Gramstraat vervolgens is gecontroleerd en omstreeks 20:05 uur is aangehouden op verdenking van overtreding van artikel 107 lid 1 WVW Pro 1994 (rijden zonder rijbewijs), artikel 5 WVW Pro 1994 (zich zodanig op een weg gedragen dat gevaar/hinder ontstaat of kan ontstaan) en artikel 30, vierde lid WAM (rijden zonder verzekering). Niet blijkt dat aanvrager in een zeer kort tijdsbestek twee keer is geverbaliseerd wegens het rijden zonder verzekering. Zulks wettigt het ernstige vermoeden dat de twee uit een en ander voortvloeiende tenlasteleggingen hetzelfde, in "één adem" geconstateerde feitencomplex betreffen. Uit de stukken van het geding blijkt evenmin dat de kantonrechter op dat moment bekend was met de veroordeling van 13 oktober 2010.(2) Het vorenstaande levert mijns inziens dan ook voldoende aanknopingspunten op voor het ernstig vermoeden dat de kantonrechter, indien deze bekend was geweest met het vonnis van 13 oktober 2010 (parketnummer 96/042852-10) het openbaar ministerie niet-ontvankelijk zou hebben verklaard.
4. Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad de aanvraag gegrond zal verklaren, voor zover nodig de opschorting of schorsing van de tenuitvoerlegging van de in de aanvraag vermelde uitspraak zal bevelen en de zaak zal verwijzen naar een gerechtshof, opdat de zaak zal worden behandeld en afgedaan op de wijze als in art. 467, eerste lid, Sv, is voorzien.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Overigens staat hierin bij de overtredinggegevens het tijdstip 20:10 uur vermeld: uitgaande van de omstandigheid dat aanvrager volgens het proces-verbaal van rijbevoegdheid om 20:10 uur aan de hulpofficier is voorgeleid, betreft dit kennelijk niet het moment van het constateren van de overtreding, maar het tijdstip van uitschrijven van het mini-pv.
2 Het op 7 september 2010 opgevraagde uittreksel justitiële documentatie houdt slechts in dat zowel onder parketnummer 09/095124/09 als onder parketnummer 96/042852-10 aanvrager is gedagvaard wegens overtreding van artikel 30, vierde lid WAM, beide gepleegd op 2 juli 2009 te 's-Gravenhage.