ECLI:NL:PHR:2011:BT1874
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens niet tijdig indienen schriftuur
De verdachte is door het Gerechtshof te 's-Gravenhage veroordeeld wegens een opzettelijke overtreding van artikel 10.60 van de Wet milieubeheer, met een voorwaardelijke geldboete van €4.000,- en een proeftijd van twee jaar.
Na het arrest van het hof heeft de advocaat van de verdachte cassatie ingesteld. De aanzegging van het cassatieberoep is op correcte wijze gedaan aan een werknemer van de verdachte. Echter heeft de verdachte niet binnen de wettelijk voorgeschreven termijn van twee maanden schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
Op grond van artikel 437, tweede lid, Sv, kan de verdachte daardoor niet in het cassatieberoep worden ontvangen. De conclusie van de Procureur-Generaal bij de Hoge Raad is dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep. Deze zaak is gerelateerd aan een andere zaak tegen dezelfde verdachte.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet tijdig indienen van schriftuur houdende middelen.