ECLI:NL:PHR:2011:BT2178
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor poging tot moord met lange gevangenisstraf bevestigd ondanks redelijke termijn overschrijding
Een vrouw werd veroordeeld voor poging tot moord op haar ex-partner door met een geladen vuurwapen meerdere schoten af te vuren nabij een basisschool, waarbij het slachtoffer ernstig gewond raakte. De rechtbank legde een gevangenisstraf van drie jaar op, het hof verhoogde deze tot vijf jaar en legde tevens een schadevergoedingsmaatregel op.
De verdediging stelde in hoger beroep dat een gevangenisstraf van twee jaar passend zou zijn, mede vanwege de verminderde toerekeningsvatbaarheid van verdachte en een vergelijkbare straf in een andere zaak. Het hof motiveerde de straf met de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het werd gepleegd, de persoon van verdachte en de traumatische impact op het slachtoffer en omstanders.
De Hoge Raad oordeelde dat het middel van de verdediging faalde omdat het niet voldeed aan de eisen van een uitdrukkelijk onderbouwd standpunt. De strafmotivering van het hof werd als begrijpelijk en voldoende beschouwd. Wel constateerde de Hoge Raad dat de redelijke termijn voor de behandeling van het cassatieberoep was overschreden, wat aanleiding geeft tot strafvermindering. De Hoge Raad vernietigde daarom het deel van het vonnis dat de strafmaat betreft en beperkte zich tot vermindering van de straf, terwijl het overige beroep werd verworpen.
Uitkomst: De Hoge Raad bevestigt de gevangenisstraf van vijf jaar voor poging tot moord, maar vernietigt het arrest voor zover de strafmaat betreft vanwege overschrijding van de redelijke termijn en past strafvermindering toe.