ECLI:NL:PHR:2011:BT2185
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging hofuitspraak wegens onvoldoende motivering verwerping noodweer
Op 22 december 2008 sloeg de verdachte een persoon met een ijzeren staaf tegen diens arm, waarna het hof hem veroordeelde wegens mishandeling. De verdachte stelde dat hij handelde uit noodweer, omdat het slachtoffer hem aanviel nadat hij diens auto had verplaatst. Het hof verwierp dit verweer met de overweging dat het enkele lopen van het slachtoffer op de verdachte onvoldoende was voor een ogenblikkelijke wederrechtelijke aanranding.
De verdachte ging in cassatie tegen deze verwerping van het noodweerverweer. De Hoge Raad constateerde dat het hof niet duidelijk had gemotiveerd waarom het de verklaring van de verdachte, dat het slachtoffer met zijn arm op hem afkwam en hij de slag met de ijzeren staaf afweerde, niet aannemelijk achtte. Ook was onduidelijk of het hof deze verklaring buiten beschouwing had gelaten.
De Hoge Raad oordeelde dat het hof het beroep op noodweer onvoldoende had gemotiveerd verworpen en vernietigde het arrest. De zaak wordt terugverwezen voor een nieuwe beoordeling. Er zijn geen aanwijzingen dat de Hoge Raad ambtshalve zou moeten ingrijpen.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweerverweer.