ECLI:NL:PHR:2011:BT2560
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen van cassatie
Het gerechtshof te Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 26 april 2010 veroordeeld wegens een gedraging in strijd met artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, met een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis en een proeftijd van twee jaren. De zaak hangt samen met een andere zaak (nummer 10/01944).
Namens de verdachte zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad binnen de wettelijk gestelde termijn. Dit is een vereiste volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de verdachte niet in cassatie worden ontvangen.
De procureur-generaal concludeert dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.
Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.