ECLI:NL:PHR:2011:BT2560

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
15 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01941
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 37 Gezondheids- en welzijnswet voor dierenArt. 437 Sv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid verdachte wegens niet-indienen schriftuur houdende middelen van cassatie

Het gerechtshof te Amsterdam heeft de verdachte bij arrest van 26 april 2010 veroordeeld wegens een gedraging in strijd met artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, met een voorwaardelijke werkstraf van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis en een proeftijd van twee jaren. De zaak hangt samen met een andere zaak (nummer 10/01944).

Namens de verdachte zijn geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend bij de Hoge Raad binnen de wettelijk gestelde termijn. Dit is een vereiste volgens artikel 437, tweede lid, van het Wetboek van Strafvordering. Hierdoor kan de verdachte niet in cassatie worden ontvangen.

De procureur-generaal concludeert dan ook dat de verdachte niet-ontvankelijk verklaard moet worden in het cassatieberoep, waarmee het beroep wordt afgewezen zonder inhoudelijke behandeling van de zaak.

Uitkomst: Verdachte wordt niet-ontvankelijk verklaard in het cassatieberoep wegens het niet indienen van schriftuur houdende middelen binnen de wettelijke termijn.

Conclusie

Nr. 10/01941
Mr. Aben
Zitting 20 september 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het gerechtshof te Amsterdam, zitting houdende te Arnhem heeft bij arrest van 26 april 2010 de verdachte ter zake van "Een gedraging in strijd met het voorschrift vastgesteld bij artikel 37 van Pro de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren, meermalen gepleegd", veroordeeld tot een voorwaardelijke werkstraf voor de duur van 30 uren, subsidiair 15 dagen hechtenis met een proeftijd van twee jaren. Voorts heeft het hof beslist ten aanzien van verschillende inbeslaggenomen voorwerpen, een en ander zoals in het arrest vermeld.
2. Deze zaak hangt samen met zaaknummer 10/01944. In beide zaken zal ik vandaag concluderen.
3. Namens de verdachte is geen schriftuur houdende middelen van cassatie ingediend.
4. Nu de verdachte niet binnen de bij de wet gestelde termijn bij de Hoge Raad door een raadsman een schriftuur houdende middelen van cassatie heeft doen indienen, is niet in acht genomen het voorschrift van art. 437, tweede lid, Sv, zodat de verdachte in het beroep niet kan worden ontvangen.
5. Deze conclusie strekt ertoe dat de verdachte niet-ontvankelijk zal worden verklaard in het cassatieberoep.
De procureur-generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden