ECLI:NL:PHR:2011:BT2561
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest en terugwijzing wegens onjuiste maatstaf bij getuigenverzoek in hoger beroep
In deze strafzaak is de verdachte door het hof Amsterdam veroordeeld voor medeplegen van gedragingen in strijd met de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren. Het hof legde een voorwaardelijke werkstraf op en verklaarde twee paarden verbeurd. De verdediging stelde in hoger beroep een verzoek tot het horen van acht getuigen, waaronder dierenartsen en verbalisanten, dat het hof afwees.
De verdediging klaagde in cassatie dat het hof ten onrechte het verzoek tot het horen van getuigen-deskundigen en andere getuigen had afgewezen, waarbij het hof een onjuiste maatstaf hanteerde. De Hoge Raad oordeelt dat het hof bij de getuigen-deskundigen onterecht het noodzaakcriterium toepaste in plaats van de juiste maatstaf van art. 288 lid 1 onder Pro c Sv, die vereist dat wordt getoetst of het niet horen van getuigen het verdedigingsbelang schaadt.
Voor de verbalisanten en de hoefsmid oordeelde het hof wel correct dat het verzoek onvoldoende was onderbouwd en dat het niet horen van deze getuigen de verdediging niet schaadde. De Hoge Raad bevestigt dit oordeel voor de verbalisanten, maar vindt de motivering voor de hoefsmid onvoldoende en acht ook dit middel gegrond.
De Hoge Raad vernietigt het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het getuigenverzoek en de zaak in zoverre. Dit arrest benadrukt het belang van de juiste maatstaf bij het beoordelen van getuigenverzoeken in hoger beroep.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde beoordeling van het getuigenverzoek.