ECLI:NL:PHR:2011:BT2686
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling partiële rijontzegging en clausule in tenuitvoerlegging rijontzegging
In deze zaak gaat het om de vraag of een door het hof opgelegde partiële rijontzegging, waarbij de ontzegging niet geldt voor het besturen van een landbouwtrekker voor werkzaamheden in dienstverband, rechtsgeldig is. De verdachte was veroordeeld voor een overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 en kreeg een ontzegging van de rijbevoegdheid opgelegd.
Het hof had de tenuitvoerlegging van een eerder opgelegde algehele rijontzegging gelast, maar met een uitzondering voor het besturen van een landbouwtrekker. De advocaat-generaal stelde cassatie in tegen deze clausule, stellende dat deze niet is toegestaan binnen het wettelijke kader.
De Hoge Raad overweegt dat noch de bewoordingen noch het systeem van de Wegenverkeerswet 1994 een dergelijke partiële ontzegging toestaan. De wetgever heeft bewust afgezien van een wettelijke regeling voor partiële rijontzegging, mede vanwege het belang van de sanctie en de uitvoerbaarheid van toezicht.
De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest van het hof voor zover het deze clausule betreft en wijst de zaak terug naar het hof voor hernieuwde beoordeling zonder de niet-toegestane clausule. Hiermee wordt bevestigd dat een rijontzegging niet mag worden beperkt tot bepaalde categorieën voertuigen zoals landbouwtrekkers.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest van het hof vanwege de niet-toegestane clausule in de rijontzegging en verwijst de zaak terug voor hernieuwde berechting.