ECLI:NL:PHR:2011:BT2701
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen fiduciaire eigendomsoverdracht van aandelen zonder geldige betekening
Bij vonnis van 18 december 2009 heeft het Gemeenschappelijk Hof van Justitie van de Nederlandse Antillen en Aruba het vonnis van het Gerecht in Eerste Aanleg bekrachtigd, waarbij de vorderingen van Bosua zijn afgewezen. Bosua stelde in cassatie dat zij 72,68% van de aandelen in fiduciaire eigendom had verkregen, maar het Hof concludeerde dat noch betekening noch schriftelijke erkenning van de overdracht had plaatsgevonden.
Bosua voerde aan dat verweerder 6 reeds op 9 juni 1995 bevoegd was om namens de vennootschap in te stemmen met de overdracht, omdat hij vanaf 23 mei 1995 als algemeen directeur optrad en later bestuurder werd. Het Hof verwierp dit standpunt vanwege het ontbreken van feitelijke onderbouwing en omdat het fungeren als algemeen directeur niet automatisch vertegenwoordigingsbevoegdheid impliceert.
Verder oordeelde het Hof dat de nietigheid van de aandeelhoudersvergadering van 12 juni 1995 door verweerders in cassatie rechtsgeldig was ingeroepen en dat Bosua hier niet adequaat tegen had gereageerd. Betekening van de akte aan de vennootschap had bovendien niet rechtsgeldig plaatsgevonden, omdat de betekeningsexploten niet voldeden aan de vereisten van betekening aan de bestuurder persoonlijk.
De Hoge Raad concludeert dat de klachten van Bosua niet tot cassatie kunnen leiden en adviseert tot verwerping van het cassatieberoep met toepassing van art. 81 RO Pro.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst het cassatieberoep van Bosua af en bevestigt dat geen fiduciaire eigendomsoverdracht heeft plaatsgevonden.