ECLI:NL:PHR:2011:BT2708
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg artikel 3 lid 4 Beslagverdrag 1952 over conservatoir beslag op zeeschepen
In deze zaak stond de uitleg van artikel 3 lid 4 van Pro het Beslagverdrag 1952 centraal, dat regels bevat over conservatoir beslag op zeeschepen. Furtrans had beslag gelegd op het schip "Constanza M" van Augusta wegens een onbetaalde koopprijs van een ander schip, de "Stromboli M". De vraag was of dit beslag toelaatbaar was omdat Augusta eigenaar was van het beslagen schip, maar niet het gezag had over het schip waarop de vordering betrekking had.
De voorzieningenrechter wees de opheffingsvordering af, maar het hof Amsterdam hechtte aan een beperkte uitleg van artikel 3 lid 4 en Pro oordeelde dat het beslag onrechtmatig was omdat de debiteur niet het gezag over het schip had. Furtrans ging in cassatie tegen deze uitleg en stelde een ruimere interpretatie voor, waarbij het voldoende zou zijn dat het beslagen schip eigendom is van de debiteur van de vordering.
De Hoge Raad overwoog dat de tekst en de context van het verdrag geen eenduidige uitleg geven, en dat ook de verdragsgeschiedenis (travaux préparatoires) wijst op een beperkte uitleg. De bepaling beoogt alleen gevallen waarin een ander dan de eigenaar het gezag over het schip had en aansprakelijk was. De ruime uitleg werd verworpen. Het beslag op de "Constanza M" was daarom niet toelaatbaar. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep van Furtrans.
Deze uitspraak benadrukt het belang van het gezagscriterium voor conservatoir beslag onder het Beslagverdrag 1952 en bevestigt dat beslag op zusterschippen alleen mogelijk is binnen de strikte grenzen van het verdrag.
Uitkomst: Het cassatieberoep van Furtrans wordt verworpen en het beslag op het zusterschip is niet toelaatbaar.