ECLI:NL:PHR:2011:BT6408
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Arbeidsovereenkomst en optierechten CFO bij TomTom: totstandkoming en beëindiging
In deze zaak staat centraal of tussen TomTom c.s. en de CFO een arbeidsovereenkomst tot stand is gekomen en of de CFO aanspraak kan maken op de contractuele ontslagvergoeding en optierechten. Na onderhandelingen over arbeidsvoorwaarden, waaronder een optieregeling, ontstond onenigheid over fiscale risico's en de toekenning van opties. TomTom c.s. besloot de samenwerking te beëindigen voordat een definitief arbeidscontract was ondertekend.
De kantonrechter en het hof oordeelden dat er wel degelijk een arbeidsovereenkomst bestond vanaf 26 december 2004 tot 15 juni 2005 en dat de CFO recht had op loon, ontslagvergoeding en optierechten. TomTom c.s. stelde cassatieberoep in tegen dit oordeel.
De Hoge Raad bevestigt dat de opschortende voorwaarde van ondertekening van het arbeidscontract op grond van redelijkheid en billijkheid als vervuld moet worden beschouwd, omdat TomTom c.s. de totstandkoming van het contract hebben belemmerd. Ook is geoordeeld dat de toekenning van 6.000 optierechten onvoorwaardelijk was en dat het beroep op oneigenlijke dwaling faalt. De Hoge Raad wijst op de juiste toepassing van de Haviltex-norm voor uitleg van het Share Option Plan en benadrukt dat de belangenafweging in cassatie slechts op begrijpelijkheid wordt getoetst.
Uitkomst: De Hoge Raad vernietigt het arrest en verwijst de zaak voor hernieuwde behandeling.