ECLI:NL:PHR:2011:BT6449
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad vernietigt arrest wegens onvoldoende motivering verwerping noodweerberoep
Op 9 juni 2007 bracht verdachte aan betrokkene 1 met een kopje in zijn hand zware lichamelijke letsels toe, waaronder snijwonden in het gezicht. Het hof Amsterdam veroordeelde verdachte wegens zware mishandeling en verwierp het beroep op noodweer. Het hof stelde dat verdachte zich had kunnen onttrekken aan de confrontatie door weg te lopen, aangezien hij ruimte had om zich te bevrijden uit de greep van het slachtoffer en achteruit te lopen.
Verdachte had verklaard dat het slachtoffer hem had weggeduwd, een trap tegen de borst gaf en hem bij de keel greep, waarna verdachte met het kopje uithaalde. Het hof vond echter dat verdachte in plaats van uit te halen ook had kunnen vluchten. De Hoge Raad oordeelde dat het hof zijn oordeel onvoldoende had gemotiveerd, omdat het niet aannemelijk was gemaakt dat vluchten onder de gegeven omstandigheden een reëel alternatief was en dat het hof voorbijging aan de jurisprudentie dat het enkele feit dat vluchten mogelijk was niet zonder meer het beroep op noodweer uitsluit.
De Hoge Raad vernietigde daarom het arrest en verwees de zaak terug naar het hof Amsterdam voor hernieuwde berechting. De conclusie benadrukt dat een noodweerberoep niet kan worden verworpen louter omdat verdachte zich had kunnen onttrekken, zonder nadere motivering van de omstandigheden die dat vereisen.
De zaak illustreert het belang van een zorgvuldige motivering bij de toetsing van noodweer, waarbij rekening moet worden gehouden met de feitelijke situatie en de redelijkheid van het vluchtvereiste.
Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens onvoldoende motivering bij de verwerping van het noodweerberoep en de zaak wordt terugverwezen.