ECLI:NL:PHR:2011:BT6899
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot toelating tot schuldsaneringsregeling wegens niet-uitzichtloze schuldensituatie
Verzoekster heeft bij de rechtbank Alkmaar een verzoek ingediend om toegelaten te worden tot de wettelijke schuldsanering. De rechtbank wees dit verzoek af omdat niet is voldaan aan de voorwaarde van een uitzichtloze schuldensituatie, zoals bedoeld in de Wet Schuldsanering natuurlijke personen (Wsnp). Het enkele feit dat de schulden nog jaren afbetaald moeten worden, is volgens de rechtbank onvoldoende.
Verzoekster ging hiertegen in hoger beroep bij het hof Amsterdam. Het hof bevestigde bij arrest van 11 februari 2011 het vonnis van de rechtbank en oordeelde dat niet is gebleken dat verzoekster niet meer in staat is haar schulden te betalen. De toets is strenger geworden sinds de wetswijziging van art. 288 lid 1 onder Pro a Fw, waarbij de voorzienbaarheid van niet kunnen betalen is vervallen.
Verzoekster stelde dat het hof ten onrechte niet had meegewogen dat de totale inhouding van haar uitkering door de gemeente Langedijk leidt tot overschrijding van haar aflossingscapaciteit volgens de Recofa-rekenmethode. Het hof had echter ook dit aspect betrokken in zijn beoordeling. De Hoge Raad concludeert dat het hof de juiste maatstaf heeft toegepast en de beoordeling zorgvuldig heeft gemaakt.
Het cassatieberoep van verzoekster wordt verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat het niet voldoende is dat de schuldenproblematiek langdurig is; het moet aannemelijk zijn dat de schuldenaar niet kan voortgaan met het betalen van zijn schulden. Dit is in deze zaak niet aangetoond.
Uitkomst: Het verzoek tot toelating tot de schuldsaneringsregeling wordt afgewezen omdat niet is aangetoond dat verzoekster niet kan voortgaan met het betalen van haar schulden.