ECLI:NL:PHR:2011:BT7193
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt geen aansprakelijkheid DNB en AFM voor schade na vernietigde aanwijzingsbesluiten
In deze zaak vorderen eisers schadevergoeding van De Nederlandsche Bank (DNB) en de Autoriteit Financiële Markten (AFM) wegens onrechtmatige daad. De vordering betreft gederfd salaris en bonus na hun ontslag, dat volgde op aanwijzingsbesluiten van DNB en AFM die later door het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBb) zijn vernietigd.
De Rechtbank Amsterdam had een uitzondering op de bindende kracht van de CBb-uitspraak aangenomen vanwege strafrechtelijke veroordelingen van eisers en de betrokkenheid bij koersgevoelige bijzonderheden. Het Hof Amsterdam verwierp deze uitzondering en oordeelde dat de aanwijzingen onrechtmatig waren, maar kende slechts 60% causaliteit toe aan DNB en AFM, waardoor eisers deels eigen schuld hadden.
De Hoge Raad bevestigt dat de aanwijzingen onrechtmatig waren, maar wijst de vorderingen af omdat de schade geheel voor rekening van eisers blijft. Dit volgt uit het arrest Hoffmann-La Roche en de leer dat de overheid slechts in uitzonderlijke gevallen niet aansprakelijk is voor onrechtmatige besluiten. De strafrechtelijke veroordelingen van eisers en het belang van betrouwbaar bestuur in de financiële sector wegen zwaar mee. De Hoge Raad benadrukt dat de bindende kracht van bestuursrechterlijke uitspraken slechts in zeer beperkte gevallen kan worden doorbroken.
Uitkomst: De Hoge Raad wijst de vorderingen van eisers af en bevestigt dat DNB en AFM niet aansprakelijk zijn voor de schade na vernietigde aanwijzingsbesluiten.