ECLI:NL:PHR:2011:BT7556
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Betaling en verhaal van schuld na echtscheiding bij overeenkomst van scheiding en deling
Partijen waren gehuwd en zijn in september 2005 gescheiden. In een overeenkomst van 9 augustus 2005 is geregeld dat een schuld aan RiVaMi Beheermaatschappij C.V. wordt toegedeeld aan de man. De kantonrechter heeft beide partijen hoofdelijk veroordeeld tot betaling van deze schuld.
De vrouw heeft de schuld voldaan nadat RiVaMi executoriaal beslag op haar bankrekening had gelegd en vordert verhaal op de man op grond van de overeenkomst van scheiding en deling. De man voert verweer en vordert nakoming van een andere schuld die de vrouw zou dragen.
De kantonrechter en het hof wijzen de man’s verweren af en bevestigen de veroordeling tot betaling aan de vrouw. De Hoge Raad oordeelt dat de vordering van de vrouw niet is gebaseerd op art. 1:102 BW Pro maar op de scheidings- en delingsovereenkomst, en dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de man de gehele schuld moet dragen. De klacht van de man dat de vrouw onredelijk handelde door de schuld ineens te voldoen, wordt verworpen. De vordering van de man tot nakoming van een schuld aan een derde partij wordt afgewezen omdat deze schuld niet onder de overeenkomst valt.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de man wordt verworpen en hij wordt veroordeeld tot betaling aan de vrouw van het door haar voldane bedrag.