ECLI:NL:PHR:2011:BT8775
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Vernietiging arrest wegens onvoldoende motivering verwerping beroep op noodweer bij openlijke geweldpleging
Op 9 oktober 2006 vond te Utrecht een vechtpartij plaats waarbij verzoeker samen met anderen werd veroordeeld voor openlijke geweldpleging. Verzoeker stelde dat hij handelde uit noodweer ter verdediging van zichzelf en anderen, maar het hof verwierp dit verweer met de overweging dat hij zich had kunnen en moeten onttrekken aan de situatie.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof onvoldoende inzicht heeft gegeven in zijn motivering. Het enkel verwerpen van het noodweerberoep omdat verzoeker bewust de confrontatie zou hebben gezocht, getuigt van een onjuiste rechtsopvatting. Ook het argument dat verzoeker zich had kunnen onttrekken, kan het beroep op noodweer niet zonder nadere motivering afwijzen.
De Hoge Raad wijst erop dat het handelen ter verdediging van anderen een morele plicht kan zijn en dat een reële verwachting van een confrontatie het beroep op noodweer niet uitsluit. Daarom vernietigt de Hoge Raad het arrest en verwijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe beoordeling van het noodweerverweer op basis van een juiste motivering.
Uitkomst: Arrest van het hof vernietigd wegens onvoldoende motivering van de verwerping van het noodweerberoep; zaak terugverwezen voor hernieuwde beoordeling.