ECLI:NL:PHR:2011:BT8878
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Nietigheid van het onderzoek wegens niet-naleving dagvaardingstermijn bij verstekveroordeling poging tot diefstal
In deze zaak heeft het gerechtshof Amsterdam bij verstek een vonnis bevestigd waarin verzoeker is veroordeeld tot een werkstraf van 120 uren wegens poging tot diefstal met braak. Verzoeker was niet verschenen en er was geen toestemming gegeven voor verkorting van de wettelijke dagvaardingstermijn van tien dagen.
De dagvaarding was tweemaal betekend: eerst aan de griffier van de rechtbank wegens onbekende verblijfplaats van verzoeker, en vervolgens aan een adres dat door verzoeker was opgegeven. Tussen de tweede betekening en de zitting was echter minder dan tien dagen verstreken, wat strijdig is met artikel 413, eerste lid, juncto artikel 265, derde lid, Sv.
De Hoge Raad oordeelt dat het hof het onderzoek had moeten schorsen vanwege dit verzuim. Het niet schorsen leidt tot een schending van de goede procesorde en daarmee tot nietigheid van het onderzoek en de uitspraak. Het middel van cassatie wordt gegrond verklaard, de uitspraak vernietigd en de zaak terugverwezen naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting.
Uitkomst: Het arrest van het hof wordt vernietigd wegens niet-naleving van de dagvaardingstermijn en de zaak wordt terugverwezen voor nieuwe berechting.