ECLI:NL:PHR:2011:BT8935
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verzoek vervangende toestemming erkenning en geslachtsnaam kinderen
De zaak betreft een verzoek van de man om vervangende toestemming tot erkenning van zijn kind, [kind 1], nadat de moeder zich niet langer verzette tegen erkenning maar bezwaar maakte tegen wijziging van de geslachtsnaam. De rechtbank verleende de vervangende toestemming en bepaalde dat het kind de achternaam van de man zal dragen.
De moeder kwam hiertegen in hoger beroep, met het verzoek de beschikking te vernietigen en te bepalen dat alle kinderen de achternaam van de moeder blijven dragen. Het hof verklaarde haar echter niet-ontvankelijk omdat het hoger beroep zich richtte op de rechtsgevolgen van de erkenning en niet op de beslissing zelf.
De moeder stelde cassatie in tegen het oordeel van het hof, stellende dat zij recht heeft op een inhoudelijk debat over de geslachtsnaam en dat het hof ten onrechte niet op haar verzoeken heeft beslist. De Hoge Raad oordeelt dat het hof terecht heeft geoordeeld dat de moeder niet-ontvankelijk is omdat zij geen grieven heeft tegen de beslissing tot vervangende toestemming zelf.
Het cassatieberoep wordt verworpen, aangezien de klachten niet tot cassatie kunnen leiden en geen rechtsvragen van belang voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling oproepen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van de moeder wordt verworpen en haar hoger beroep niet-ontvankelijk verklaard.