ECLI:NL:PHR:2011:BU1263
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over behoud en herkrijging Nederlandse nationaliteit na Surinaamse onafhankelijkheid
Deze zaak betreft een verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap op grond van artikel 17 van Pro de Rijkswet op het Nederlanderschap (RWN). Verzoeker, geboren in Suriname en bij geboorte Nederlander door afstamming, stelde dat hij zijn Nederlandse nationaliteit had behouden na de onafhankelijkheid van Suriname op 25 november 1975 of deze later had herkregen door optie.
De rechtbank wees het verzoek af, stellende dat verzoeker en zijn ouders op het moment van onafhankelijkheid woonachtig waren in Suriname, waardoor zij de Surinaamse nationaliteit verkregen en de Nederlandse verloren. Daarnaast faalde het beroep op artikel 6 lid 4 van Pro de Toescheidingsovereenkomst inzake nationaliteiten (TOS) omdat verzoeker niet aan de voorwaarden voldeed en geen geldige optieverklaring had afgelegd.
De Hoge Raad oordeelde dat de rechtbank geen onjuiste rechtsopvatting had gehanteerd omtrent het begrip woonplaats en dat de enkele periode buiten Suriname te kort was om de woonplaats te verleggen. Ook werd bevestigd dat de visumaanvraag in 1987 geen rechtsgeldige optieverklaring vormde en dat een in cassatie ingebracht nieuw optieverzoek uit 1980 niet in aanmerking kon worden genomen.
Het cassatieberoep van verzoeker werd verworpen, waarmee het oordeel van de rechtbank dat verzoeker de Nederlandse nationaliteit niet bezit, in stand bleef.
Uitkomst: Het verzoek tot vaststelling van het Nederlanderschap werd afgewezen omdat verzoeker de Nederlandse nationaliteit bij Surinaamse onafhankelijkheid verloor en geen geldige optieverklaring heeft afgelegd.