ECLI:NL:PHR:2011:BU1908
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad bevestigt afwijzing vorderingen wegens kennelijk onredelijk ontslag en niet-naleving re-integratieverplichtingen
Eiseres stelde zich op het standpunt dat haar arbeidsovereenkomst onterecht was opgezegd en vorderde doorbetaling van loon en schadevergoeding wegens kennelijk onredelijk ontslag. Het hof oordeelde dat eiseres zich gedurende een lange periode aan het re-integratieproces had onttrokken en dat haar stelling dat zij vanwege haar gezondheidstoestand niet van Brazilië naar Nederland kon terugreizen ongeloofwaardig was.
De Hoge Raad overwoog dat de klachten van eiseres tegen het hofarrest niet slaagden. De overwegingen van het hof waren begrijpelijk en steunden op feitelijke waarderingen die in cassatie slechts binnen zeer beperkte marges kunnen worden getoetst. Ook werd geoordeeld dat eiseres onvoldoende had gesteld en gemotiveerd om het bewijsaanbod te kunnen honoreren.
De Hoge Raad wees het beroep af en bevestigde daarmee het oordeel van het hof dat de vorderingen van eiseres niet toewijsbaar waren. Het arrest benadrukt het belang van het naleven van re-integratieverplichtingen en de terughoudendheid van de cassatierechter bij toetsing van feitelijke oordelen.
Uitkomst: Het cassatieberoep van eiseres wordt verworpen en het arrest van het hof wordt bevestigd.