ECLI:NL:PHR:2011:BU3463

Parket bij de Hoge Raad

Datum uitspraak
29 november 2011
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
10/01329
Instantie
Parket bij de Hoge Raad
Type
Conclusie
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 365a Sv (oud)Art. 138b Sv (oud)
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vernietiging arrest wegens niet-naleving vormvereisten bij valsheid in geschrift

Het Gerechtshof te Amsterdam heeft verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf voor valsheid in geschrift. In cassatie is aangevoerd dat het hof niet heeft voldaan aan de wettelijke vereisten voor het opmaken van het arrest, doordat het arrest is opgesteld als een 'uittreksel' zonder de tenlastelegging, bewezenverklaring en strafmotivering.

De Hoge Raad stelt vast dat het ontbreken van deze essentiële onderdelen in strijd is met de wettelijke voorschriften, met name artikel 365a (oud) in verbinding met artikel 138b (oud) Sv. Dit betreft een wezenlijk vormverzuim dat leidt tot nietigheid van de uitspraak, ook al is deze niet expliciet in de wet genoemd.

De Hoge Raad vernietigt daarom het arrest en wijst de zaak terug naar het hof Amsterdam voor een nieuwe berechting en afdoening op het bestaande hoger beroep. Er zijn geen gronden gevonden om ambtshalve te vernietigen.

Uitkomst: Het arrest van het hof Amsterdam wordt vernietigd wegens niet-naleving van vormvereisten en de zaak wordt terugverwezen voor hernieuwde berechting.

Conclusie

Nr. 10/01329
Mr. Machielse
Zitting 1 november 2011
Conclusie inzake:
[Verdachte]
1. Het Gerechtshof te Amsterdam heeft bij arrest van 11 juli 2003 verdachte ter zake van "valsheid in geschrift" veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van zes weken.
2. Mr. F.E. van der Zee, advocaat te Amsterdam, heeft beroep in cassatie ingesteld. Mr. M.L.M. van der Voet, advocaat te Amsterdam, heeft een schriftuur ingediend, houdende één middel van cassatie.
3.1 Het middel houdt de klacht in dat het hof zijn op 11 juli 2003 gegeven beslissingen niet heeft neergelegd in een verkort arrest, maar in een "uittreksel", waarin in strijd met de wettelijke voorschriften niet zijn opgenomen de tenlastelegging, de bewezenverklaring en de strafmotivering.
3.2 In de strafzaak tegen de verdachte zijn de gegeven beslissingen niet vastgelegd in een zogenoemd verkort arrest, doch in een "uittreksel" en een "extract arrest" waarin slechts zijn opgenomen de kwalificatie van het bewezenverklaarde feit, de datum waarop en de plaats waar het feit is begaan, het toepasselijke wetsartikel alsmede het dictum. 's Hofs verzuim een arrest op te maken dat voldoet aan de hier ingevolge art. 415 Sv Pro toepasselijke wettelijke eisen, in het bijzonder die van art. 365a (oud) in verbinding met art. 138b (oud) Sv, heeft betrekking op een wezenlijke vorm van het strafproces zodat het nietigheid van de bestreden uitspraak oplevert, ook al is deze niet met zoveel woorden in de wet bedreigd.(1) Het middel is dus terecht voorgesteld.
4. Het voorgestelde middel slaagt. Gronden waarop de Hoge Raad gebruik zou moeten maken van de bevoegdheid de bestreden uitspraak ambtshalve te vernietigen, heb ik niet aangetroffen.
5. Deze conclusie strekt tot vernietiging van de bestreden uitspraak en terugwijzing van de zaak naar het Gerechtshof te Amsterdam, teneinde op het bestaande hoger beroep opnieuw te worden berecht en afgedaan.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
1 Vgl. bijv. HR 24 mei 2005, NJ 2006, 433 m.nt. P.A.M. Mevis; HR 6 december 2005, LJN AT5754; HR 28 maart 2006, LJN AV1620; HR 18 december 2007, LJN BB7404 en HR 2 maart 2010, LJN BK9051.