ECLI:NL:PHR:2011:BU3597
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor moord op dochter door toediening azijnessence met voorbedachte raad
Verdachte is door het Gerechtshof Amsterdam veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf wegens moord op haar dochter door het toedienen van azijnessence en/of het dichtknijpen van haar keel. Het hof stelde vast dat verdachte de azijnessence, een mes en een pollepel naar een hogere verdieping heeft gebracht, wat wijst op een weloverwogen besluit en dus voorbedachte raad.
De bewijsmiddelen bestonden uit verklaringen van verbalisanten, toxicologisch onderzoek, pathologisch rapport en sporen van azijnzuur op het truitje van het slachtoffer en in de kinderslaapkamer. Hoewel het toxicologisch onderzoek geen absolute zekerheid gaf, achtte het hof het aannemelijk dat azijnessence is toegediend en dit mede tot de dood heeft geleid.
Verdachte voerde aan dat haar handelingen verband hielden met een voorgenomen zelfmoord, waarbij de dood van haar dochter onlosmakelijk verbonden was met haar eigen doodswens. Het hof verwierp dit verweer en oordeelde dat de voorbedachte raad voldoende uit de feiten bleek. De Hoge Raad verwierp het cassatieberoep en bevestigde het oordeel van het hof.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot zeven jaar gevangenisstraf voor moord met voorbedachte raad door toediening van azijnessence.