ECLI:NL:PHR:2011:BU3780
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Uitleg kwijtingsbeding in echtscheidingsconvenant en verrekenbeding huwelijkse voorwaarden
De zaak betreft de uitleg van een kwijtingsbeding in een echtscheidingsconvenant tussen echtgenoten die huwelijkse voorwaarden hadden gesloten. De vrouw vorderde uitvoering van het verrekenbeding uit de huwelijkse voorwaarden, terwijl de man zich beroept op het kwijtingsbeding in het convenant. De rechtbank en het hof hebben geoordeeld dat het kwijtingsbeding ook de verrekenbedingen omvat en dat sprake is van een blinde verrekening, waarbij niet alle vermogensbestanddelen zijn geïdentificeerd of gewaardeerd.
De Hoge Raad bevestigt dat een kwijtingsbeding, ook indien in algemene termen gesteld, kan zien op vorderingen uit het verrekenbeding. De uitleg moet plaatsvinden aan de hand van de Haviltexmaatstaf, waarbij de bedoeling van partijen en de omstandigheden van het geval centraal staan. De Hoge Raad wijst erop dat blinde verrekening niet onaanvaardbaar is en in de praktijk voorkomt, hoewel het risico bestaat dat bepaalde vermogensbestanddelen buiten de verrekening blijven.
Verder bespreekt de Hoge Raad de vraag of sprake is van afstand van recht, waarbij kennis van het recht en de wil tot afstand vereist zijn. Het hof heeft dit beoordeeld aan de hand van de wilsvertrouwensleer en de omstandigheden van het geval. Klachten over onvoldoende motivering of onjuiste rechtsopvatting worden verworpen. De Hoge Raad bevestigt dat de vrouw onvoldoende heeft gesteld voor een beroep op dwaling en dat het beroep op benadeling op grond van artikel 1:135 lid 2 jo Pro 3:196 BW niet van toepassing is vanwege overgangsrecht.
De Hoge Raad verwerpt het cassatieberoep en bekrachtigt het arrest van het hof.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt verworpen en het arrest van het hof bekrachtigd; het kwijtingsbeding omvat ook het verrekenbeding.