ECLI:NL:PHR:2011:BU7430
Parket bij de Hoge Raad
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid cassatieberoep wegens rechtsmiddelenverbod bij ontbinding arbeidsovereenkomst
In deze arbeidsrechtelijke zaak ging het om een verzoek tot ontbinding van de arbeidsovereenkomst wegens een verstoorde arbeidsrelatie op grond van artikel 7:685 BW Pro. De kantonrechter heeft dit verzoek toegewezen zonder toekenning van een vergoeding. De werkneemster stelde cassatieberoep in tegen deze beschikking, stellende dat de kantonrechter onvoldoende op haar verweer was ingegaan.
De Hoge Raad oordeelde dat artikel 7:685 lid 11 BW Pro een rechtsmiddelenverbod inhoudt tegen beschikkingen krachtens dit artikel, bedoeld om discussie over de wijze van toepassing van het artikel te voorkomen. Dit verbod kan slechts worden doorbroken indien de rechter buiten het toepassingsgebied van het artikel is getreden of het artikel ten onrechte buiten toepassing heeft gelaten, of indien fundamentele rechtsbeginselen zijn geschonden.
In deze zaak werden geen doorbrekingsgronden aangevoerd en was ook geen sprake van schending van fundamentele rechtsbeginselen. Een onvoldoende motivering van de beschikking volstaat niet om het rechtsmiddelenverbod te doorbreken. Daarom verklaarde de Hoge Raad het cassatieberoep niet-ontvankelijk.
Uitkomst: Het cassatieberoep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het rechtsmiddelenverbod in art. 7:685 lid 11 BW zonder doorbrekingsgronden.